Belastingadvies 2004/23.9
Lening aan bijna failliete moedervennootschap is verkapt dividend
HR 29-10-2004, ECLI:NL:HR:2004:AR4761
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
29 oktober 2004
- Zaaknummer
40 296
- LJN
AR4761
- Vakgebied(en)
Vennootschapsbelasting (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2004:AR4761, Uitspraak, Hoge Raad, 29‑10‑2004
- Wetingang
Essentie
Lening aan bijna failliete moedervennootschap is verkapt dividend
Samenvatting
De Hoge Raad oordeelt dat een 'bodemloze-putsituatie' niet alleen mogelijk is bij leningen van een moedervennootschap aan een dochtervennootschap, maar ook bij leningen van een dochtervennootschap aan een moedervennootschap.
Uitspraak
X BV verkeert in een slechte financiële situatie. Op 2 december 1998 concludeert de bijzondere vergadering van aandeelhouders dat liquidatie dan wel surseance van betaling haast onvermijdelijk is. X BV houdt (middellijk) alle aandelen in belanghebbende Y BV. Y BV is van de financiële situatie van X BV op de hoogte.
Op 11 december 1998 leent Y BV ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.