BNB 2008/57
De voetvrijstelling van art. 32, eerste lid, onder 7°, Successiewet 1956 (voor 'andere gevallen') geldt niet voor kinderen, ook niet als bij hen vanwege drempeloverschrijding in feite de vrijstelling onder 4°, onderdeel d, geen toepassing vindt
HR 18-01-2008, ECLI:NL:HR:2008:BC1959, m.nt. J.W. Zwemmer
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
18 januari 2008
- Magistraten
Berge, van den; Monné; Leemreis; Maanen, van; Tijnagel
- Zaaknummer
41 134
- Noot
J.W. Zwemmer
- LJN
BC1959
- JCDI
JCDI:ADS889359:1
- Vakgebied(en)
Schenk- en erfbelasting / Erfbelasting
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2008:BC1959, Uitspraak, Hoge Raad, 18‑01‑2008
- Wetingang
Art. 32, eerste lid, onder 7, Successiewet 1956
Essentie
De voetvrijstelling van art. 32, eerste lid, onder 7°, Successiewet 1956 (voor 'andere gevallen') geldt niet voor kinderen, ook niet als bij hen vanwege drempeloverschrijding in feite de vrijstelling onder 4°, onderdeel d, geen toepassing vindt
Samenvatting
Belanghebbenden hebben uit de nalatenschap van hun vader ieder meer dan € 23 987 verkregen, het bedrag van de voor het jaar 2002 geldende drempel voor verkrijgingen door kinderen voor wie niet een eerder genoemde vrijstelling van toepassing is (art. 32, eerste lid, aanhef en onder 4°, onderdeel d, Successiewet 1956). Nu die drempel is overschreden, genieten zij die vrijstelling in ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.