FED 2010/122
Voor de toepassing van de ruilgedachte (ruilarresten) is niet vereist dat van een bedrijfsmiddel sprake is. Omdat in casu niet aan de overige vereisten is voldaan, wordt belanghebbende toch in het ongelijk gesteld
HR 22-10-2010, ECLI:NL:HR:2010:BO1393, m.nt. R. Russo (Ruilarresten)
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
22 oktober 2010
- Magistraten
Bavinck; Leemreis; Overgaauw
- Zaaknummer
09/04077
- Noot
R. Russo
- LJN
BO1393
- Roepnaam
Ruilarresten
- JCDI
JCDI:ADS198683:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting (V)
Vennootschapsbelasting (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2010:BO1393, Uitspraak, Hoge Raad, 22‑10‑2010
- Wetingang
Art. 3.25 Wet IB 2001
Essentie
Voor de toepassing van de ruilgedachte (ruilarresten) is niet vereist dat van een bedrijfsmiddel sprake is. Omdat in casu niet aan de overige vereisten is voldaan, wordt belanghebbende toch in het ongelijk gesteld
Samenvatting
Het geschil betreft de aanslag vennootschapsbelasting 2003.
OP HET BEROEP IN CASSATIE VAN BELANGHEBBENDE OVERWEEGT DE HOGE RAAD:
Uitspraak
3.1. In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.
3.1.1. Belanghebbende was onderdeel van de X-groep. Tot de X-groep behoort onder meer A BV (hierna: Beleggingsmaatschappij), die de beleggingstak van de groep vormt. Tot de groep behoren verder een aannemingstak en een projectontwikkelingstak, die in ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.