Inhoudsopgave
Ondernemingsrecht 2004, 44:Het redelijke belang van een enquête
Ondernemingsrecht 2004, 44
Het redelijke belang van een enquête
Documentgegevens:
P.G.F.A. Geerts, datum 11-03-2004
- Datum
11-03-2004
- Auteur
P.G.F.A. Geerts
- JCDI
JCDI:ADS647943:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Op donderdag 12 februari jl. heeft de VEB bij de OK een verzoek ingediend tot het instellen van een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van Koninklijke Ahold NV. Sinds de bekendmaking van het boekhoudschandaal is inmiddels meer dan een jaar verstreken. Een van de redenen waarom de VEB met het indienen van het enquêteverzoek zo lang heeft gewacht, zou in art. 2:349 lid 1 BW gelegen kunnen zijn. Art. 2:349 lid 1 BW eist dat tussen het schriftelijk kenbaar maken van de bezwaren en de indiening van het enquêteverzoek een redelijke termijn ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.