FED 1986/844
Een combinatie van natuurlijke personen welke feitelijke maatschappelijke zelfstandigheid heeft is als een ondernemer aan te merken op grond van art. 7, eerste lid, Wet OB 1968. Een combinatie van uitsluitend natuurlijke personen kan nimmer een fiscale eenheid op grond van art. 7, vierde lid, Wet OB 1968 vormen.
HR 06-11-1985, ECLI:NL:HR:1985:BH4838, m.nt. R.R.J.M. Keijsers
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
6 november 1985
- Magistraten
Vroom; Stol; Jansen; Linde, Van Der; Roelvink; Soest, Van
- Zaaknummer
23 026
- Noot
R.R.J.M. Keijsers
- LJN
BH4838
- JCDI
JCDI:ADS205215:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Omzetbelasting / Algemeen
Fiscaal procesrecht / Algemeen
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Loonbelasting / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1985:BH4838, Uitspraak, Hoge Raad, 06‑11‑1985
- Wetingang
Art. 7 Wet OB 1968
Essentie
Een combinatie van natuurlijke personen welke feitelijke maatschappelijke zelfstandigheid heeft is als een ondernemer aan te merken op grond van art. 7, eerste lid, Wet OB 1968. Een combinatie van uitsluitend natuurlijke personen kan nimmer een fiscale eenheid op grond van art. 7, vierde lid, Wet OB 1968 vormen.
Uitspraak
Het geschil betrof de naheffingsaanslag omzetbelasting 1978/1979.
Vaststaat:
Op 10 september 1975 werd de echtscheiding uitgesproken tussen belanghebbende, X te Z, en Y. Op 26 september daaropvolgend werd Y failliet verklaard.
Na de echtscheiding hebben belanghebbende en Y met hun zoon weer een gezin gevormd, welk gezin ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.