Vanaf de aanvang van de belastingwetgeving in Nederland kenden verschillende belastingwetten bepalingen over het verstrekken van gegevens en inlichtingen. Bij de totstandkoming van de Algemene wet inzake rijksbelastingen zijn die bepalingen bijeengebracht in een afdeling 'verplichtingen ten dienste van de belastingheffing.'
In het huidige art. 47 t/m 56 AWR worden ten dienste van de belastingheffing informatieverplichtingen opgelegd aan de belastingplichtige zelf, aan zogenaamde administratieplichtigen, aan inhoudingsplichtigen, aan derden die administratieplichtig zijn, aan stichtingen, verenigingen en instellingen, alsmede aan organen en instellingen in de overheidssfeer. De hier besproken verplichtingen (ook wel 'bijkomende verplichtingen' genoemd) zijn een aanvulling op de verplichting tot het doen van aangifte (artikel 6 van de AWR e.v.).
De kern van de huidige informatieverplichtingen is voor een groot deel ontleend aan de bij de inwerkingtreding van de Algemene wet inzake rijksbelastingen ingetrokken Wet vervanging fiscaal noodrecht.
Wat vindt u in de vakstudie?
1. De geschiedenis en achtergrond van artikel 47 van de AWR (aant. 1)
Aant. 1 bevat een behandeling van de algemene aspecten van artikel 47 van de AWR, zoals een overzicht van de parlementaire behandeling (aant. 1.2). Een overzicht van de vakliteratuur met betrekking tot dit artikel vindt u in aant. 1.3, terwijl aant. 1.4 ingaat op doel en strekking van het artikel. Artikel 47 staat niet op zichzelf. Artikel 47 is het kernartikel voor de informatievergaringsbevoegdheden die aan de Belastingdienst ter beschikking staan en vormt de basis voor de andere artikelen in het hoofdstuk hfdst. VIII, afd. 2 van de AWR. De bepaling heeft niet alleen nauwe relaties met andere bepalingen in de AWR, maar ook met regelgeving opgenomen in de Awb. Zie voor de uitwerking van deze relaties aant. 1.6. Hier is ook een samenvatting gegeven van de belangrijkste in hoofdstuk VIII, afdeling 2 van de AWR geregelde verplichtingen (aant. 1.6.1 en aant. 1.6.2). De beginselen van behoorlijk bestuur spelen een belangrijke rol bij het toepassen van de in artikel 47 van de AWR gegeven informatievergaringsmogelijkheden door de Belastingdienst, zie aant. 1.11. Aant. 1.17 bevat omschrijvingen van in artikel 47 gebruikte, maar elders gedefinieerde begrippen.
2. Hoe verhoudt artikel 47 AWR zich tot privacywetgeving? (aant. 2)
In aant. 2 wordt ingegaan op de relatie tussen de informatieverplichtingen die artikel 47 van de AWR oplegt en de nationale en internationale (artikel 8 EVRM) regelgeving inzake privacybescherming.
3. Welke grenzen zijn er aan de informatieplicht van artikel 47 AWR? (aant. 6, 7 en 8)
In aant. 6 komt aan de orde dat geen (voorlopige) voorziening tegen de vordering om informatie kan worden ingeroepen. Wel biedt het sinds juli 2011 ingevoerde artikel 52a van de AWR rechtsbescherming in geval de inspecteur bij het niet voldoen aan de informatieplicht omkering en verzwaring van de bewijslast zou willen toepassen. Aant. 7 besteedt voorts aandacht aan het feit dat de bevoegdheid van de belastingadministratie om bewijsstukken op te vragen, niet onbegrensd is. In aant. 8 wordt besproken in hoeverre de inspecteur zijn bevoegdheid om inlichtingen te vragen nog kan uitoefenen als reeds beroep is ingesteld.
4. Voor wie geldt de informatieplicht van artikel 47 AWR? (aant. 9)
In aant. 9 wordt behandeld dat de actieve en passieve verplichting om medewerking te verlenen in het kader van artikel 47 van de AWR een brede persoonlijke werkingssfeer kent.
5. Wat houdt het begrip "gegevens en inlichtingen in? (aant. 10)
Aant. 10 stelt aan de orde hoe het begrip 'gegevens en inlichtingen' moet worden geïnterpreteerd, nu dit niet in de AWR zelf is gedefinieerd.
6. Wat wordt bedoeld met de voorwaarde dat de gegevens van belang moeten zijn voor de belastingheffing? (aant. 11)
In aant. 11 wordt het vereiste dat de gegevens van belang dienen te zijn voor de belastingheffing nader besproken. Over dit belangrijke vereiste is veel jurisprudentie verschenen. Hieruit komt naar voren dat een redelijk vermoeden dat er een belastingbelang is voor de inspecteur voldoende kan zijn om artikel 47 van de AWR in te zetten.
7. Wat houdt het begrip 'boeken, bescheiden en andere gegevensdragers in? (aant. 12)
Aant. 12 bespreekt het niet in de wet gedefinieerde begrip 'boeken, bescheiden en andere gegevensdragers'.
8. Wat houdt het begrip "desgevraagd" in? (aant. 13)
In aant. 13 wordt behandeld dat de gegevens slechts hoeven te worden verstrekt als de inspecteur er om vraagt.
9. Welke eisen gelden voor het beschikbaar stellen van de gegevens aan de inspecteur (aant. 14 en 15)
Aant. 14 gaat nader in op de passieve informatieplicht van artikel 47, tweede lid, van de AWR. Deze omvat onder meer de verplichting tot het beschikbaar stellen van boeken, bescheiden en andere informatiedragers. In aant. 15 komt aan de orde dat de wijze waarop de gegevens dienen te worden verstrekt ter keuze is aan de inspecteur.
10. Wat zijn de gevolgen van niet meewerken aan de informatieplicht? (aant. 20)
Aant. 20 beschrijft de gevolgen van het weigeren van medewerking aan verzoeken om inlichtingen of ter beschikbaarstelling van gegevensdragers.
11. Wat is de reikwijdte van de informatieplicht voor aangelegenheden van een derde? (aant. 21)
In aant. 21 worden de in artikel 47, tweede lid, van de AWR vastgelegde informatieverplichtingen voor aangelegenheden van derden becommentarieerd. Deze zien met name op ouders van minderjarige kinderen en fiscale partners.
12. In hoeverre is bij niet voldoen aan artikel 47 AWR sprake van kwade trouw? (aant. 22)
Aant. 22 behandelt de mogelijkheid van navordering bij het niet correct verstrekken van inlichtingen.
13. Waneer is sprake van onbevoegdelijk of onrechtmatig verkregen bewijsmateriaal? (aant. 23 en 24)
In aant. 23 wordt aandacht besteed aan onrechtmatig verkregen bewijs, terwijl aant. 24 ingaat op het zwijgrecht, waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen informatie die betrekking heeft op de belastingaanslag en informatie die betrekking heeft op de fiscale boete.
14. Welke vergelijkbare informatieverplichtingen zijn te vinden in andere regelgeving dan artikel 47 van de AWR? (aant. 25)
Aant. 25 bevat een overzicht van de informatieverplichtingen in andere wetten. In aant. 28 komt de informatieverplichting in internationale verhoudingen aan de orde.
15. Welke sancties staan op het niet voldoen aan artikel 47 van de AWR? (aant. 29)
Aant. 29 gaat in op de sancties bij niet nakoming van de informatieplicht. Naats omkering en verzwaring van de bewijslast kan het gaan om strafrechtelijke sancties en om dwangsomoplegging via de rechter.
16. Wat houdt de algemene identificatieplicht in? (aant. 36)
In aant. 36 wordt de algemene identificatieplicht in het kader van de belastingheffing behandeld (artikel 47, derde lid, van de AWR).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Vakstudie Algemeen Deel, art. 47 AWR, aant. 1.1
Aant. 1.1 Inleiding
Actueel t/m 16-05-2026
16-05-2026, het commentaar is bijgewerkt t/m BNB 2026/65 en V-N 2026/19.22.
01-10-1962 tot: -
Vakstudie Algemeen Deel, art. 47 AWR, aant. 1.1
Fiscaal bestuursrecht / Informatieverplichting
informatieplicht
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 47
Beschouwing
Vanaf de aanvang van de belastingwetgeving in Nederland kenden verschillende belastingwetten bepalingen over het verstrekken van gegevens en inlichtingen. Bij de totstandkoming van de Algemene wet inzake rijksbelastingen zijn die bepalingen bijeengebracht in een afdeling 'verplichtingen ten dienste van de belastingheffing.'
In het huidige art. 47 t/m 56 AWR worden ten dienste van de belastingheffing informatieverplichtingen opgelegd aan de belastingplichtige zelf, aan zogenaamde administratieplichtigen, aan inhoudingsplichtigen, aan derden die administratieplichtig zijn, aan stichtingen, verenigingen en instellingen, alsmede aan organen en instellingen in de overheidssfeer. De hier besproken verplichtingen (ook wel 'bijkomende verplichtingen' genoemd) zijn een aanvulling op de verplichting tot het doen van aangifte (artikel 6 van de AWR e.v.).
De kern van de huidige informatieverplichtingen is voor een groot deel ontleend aan de bij de inwerkingtreding van de Algemene wet inzake rijksbelastingen ingetrokken Wet vervanging fiscaal noodrecht.
Wat vindt u in de vakstudie?
1. De geschiedenis en achtergrond van artikel 47 van de AWR (aant. 1)
Aant. 1 bevat een behandeling van de algemene aspecten van artikel 47 van de AWR, zoals een overzicht van de parlementaire behandeling (aant. 1.2). Een overzicht van de vakliteratuur met betrekking tot dit artikel vindt u in aant. 1.3, terwijl aant. 1.4 ingaat op doel en strekking van het artikel. Artikel 47 staat niet op zichzelf. Artikel 47 is het kernartikel voor de informatievergaringsbevoegdheden die aan de Belastingdienst ter beschikking staan en vormt de basis voor de andere artikelen in het hoofdstuk hfdst. VIII, afd. 2 van de AWR. De bepaling heeft niet alleen nauwe relaties met andere bepalingen in de AWR, maar ook met regelgeving opgenomen in de Awb. Zie voor de uitwerking van deze relaties aant. 1.6. Hier is ook een samenvatting gegeven van de belangrijkste in hoofdstuk VIII, afdeling 2 van de AWR geregelde verplichtingen (aant. 1.6.1 en aant. 1.6.2). De beginselen van behoorlijk bestuur spelen een belangrijke rol bij het toepassen van de in artikel 47 van de AWR gegeven informatievergaringsmogelijkheden door de Belastingdienst, zie aant. 1.11. Aant. 1.17 bevat omschrijvingen van in artikel 47 gebruikte, maar elders gedefinieerde begrippen.
2. Hoe verhoudt artikel 47 AWR zich tot privacywetgeving? (aant. 2)
In aant. 2 wordt ingegaan op de relatie tussen de informatieverplichtingen die artikel 47 van de AWR oplegt en de nationale en internationale (artikel 8 EVRM) regelgeving inzake privacybescherming.
3. Welke grenzen zijn er aan de informatieplicht van artikel 47 AWR? (aant. 6, 7 en 8)
In aant. 6 komt aan de orde dat geen (voorlopige) voorziening tegen de vordering om informatie kan worden ingeroepen. Wel biedt het sinds juli 2011 ingevoerde artikel 52a van de AWR rechtsbescherming in geval de inspecteur bij het niet voldoen aan de informatieplicht omkering en verzwaring van de bewijslast zou willen toepassen. Aant. 7 besteedt voorts aandacht aan het feit dat de bevoegdheid van de belastingadministratie om bewijsstukken op te vragen, niet onbegrensd is. In aant. 8 wordt besproken in hoeverre de inspecteur zijn bevoegdheid om inlichtingen te vragen nog kan uitoefenen als reeds beroep is ingesteld.
4. Voor wie geldt de informatieplicht van artikel 47 AWR? (aant. 9)
In aant. 9 wordt behandeld dat de actieve en passieve verplichting om medewerking te verlenen in het kader van artikel 47 van de AWR een brede persoonlijke werkingssfeer kent.
5. Wat houdt het begrip "gegevens en inlichtingen in? (aant. 10)
Aant. 10 stelt aan de orde hoe het begrip 'gegevens en inlichtingen' moet worden geïnterpreteerd, nu dit niet in de AWR zelf is gedefinieerd.
6. Wat wordt bedoeld met de voorwaarde dat de gegevens van belang moeten zijn voor de belastingheffing? (aant. 11)
In aant. 11 wordt het vereiste dat de gegevens van belang dienen te zijn voor de belastingheffing nader besproken. Over dit belangrijke vereiste is veel jurisprudentie verschenen. Hieruit komt naar voren dat een redelijk vermoeden dat er een belastingbelang is voor de inspecteur voldoende kan zijn om artikel 47 van de AWR in te zetten.
7. Wat houdt het begrip 'boeken, bescheiden en andere gegevensdragers in? (aant. 12)
Aant. 12 bespreekt het niet in de wet gedefinieerde begrip 'boeken, bescheiden en andere gegevensdragers'.
8. Wat houdt het begrip "desgevraagd" in? (aant. 13)
In aant. 13 wordt behandeld dat de gegevens slechts hoeven te worden verstrekt als de inspecteur er om vraagt.
9. Welke eisen gelden voor het beschikbaar stellen van de gegevens aan de inspecteur (aant. 14 en 15)
Aant. 14 gaat nader in op de passieve informatieplicht van artikel 47, tweede lid, van de AWR. Deze omvat onder meer de verplichting tot het beschikbaar stellen van boeken, bescheiden en andere informatiedragers. In aant. 15 komt aan de orde dat de wijze waarop de gegevens dienen te worden verstrekt ter keuze is aan de inspecteur.
10. Wat zijn de gevolgen van niet meewerken aan de informatieplicht? (aant. 20)
Aant. 20 beschrijft de gevolgen van het weigeren van medewerking aan verzoeken om inlichtingen of ter beschikbaarstelling van gegevensdragers.
11. Wat is de reikwijdte van de informatieplicht voor aangelegenheden van een derde? (aant. 21)
In aant. 21 worden de in artikel 47, tweede lid, van de AWR vastgelegde informatieverplichtingen voor aangelegenheden van derden becommentarieerd. Deze zien met name op ouders van minderjarige kinderen en fiscale partners.
12. In hoeverre is bij niet voldoen aan artikel 47 AWR sprake van kwade trouw? (aant. 22)
Aant. 22 behandelt de mogelijkheid van navordering bij het niet correct verstrekken van inlichtingen.
13. Waneer is sprake van onbevoegdelijk of onrechtmatig verkregen bewijsmateriaal? (aant. 23 en 24)
In aant. 23 wordt aandacht besteed aan onrechtmatig verkregen bewijs, terwijl aant. 24 ingaat op het zwijgrecht, waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen informatie die betrekking heeft op de belastingaanslag en informatie die betrekking heeft op de fiscale boete.
14. Welke vergelijkbare informatieverplichtingen zijn te vinden in andere regelgeving dan artikel 47 van de AWR? (aant. 25)
Aant. 25 bevat een overzicht van de informatieverplichtingen in andere wetten. In aant. 28 komt de informatieverplichting in internationale verhoudingen aan de orde.
15. Welke sancties staan op het niet voldoen aan artikel 47 van de AWR? (aant. 29)
Aant. 29 gaat in op de sancties bij niet nakoming van de informatieplicht. Naats omkering en verzwaring van de bewijslast kan het gaan om strafrechtelijke sancties en om dwangsomoplegging via de rechter.
16. Wat houdt de algemene identificatieplicht in? (aant. 36)
In aant. 36 wordt de algemene identificatieplicht in het kader van de belastingheffing behandeld (artikel 47, derde lid, van de AWR).