V-N 2004/63.12
INKOMSTENBELASTING. PREMIEHEFFING. EUROPEES RECHT Niet toekennen premiedeel heffingskorting aan niet-premieplichtige niet strijdig met EU-recht en gelijkheidsbeginsel, EVRM en IVBPR
HR 26-11-2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP1415, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
26 november 2004
- Magistraten
Putt-Lauwers, van der; Vliet, van; Lourens; Bavinck; Berge, van den; Ballegooijen
- Zaaknummer
39 444
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- LJN
AP1415
- JCDI
JCDI:ADS904198:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Inkomstenbelasting / Algemeen
Europees belastingrecht / Algemeen
Premieheffing (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2004:AP1415, Uitspraak, Hoge Raad, 26‑11‑2004
ECLI:NL:PHR:2004:AP1415, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 26‑11‑2004
- Wetingang
Essentie
INKOMSTENBELASTING. PREMIEHEFFING. EUROPEES RECHT Niet toekennen premiedeel heffingskorting aan niet-premieplichtige niet strijdig met EU-recht en gelijkheidsbeginsel, EVRM en IVBPR
Samenvatting
Belanghebbende X was in 2001 woonachtig in Nederland en als grensarbeider in dienstbetrekking werkzaam in België. X heeft de Nederlandse nationaliteit. Aan X is een voorlopige aanslag inkomstenbelasting over 2001 opgelegd. In Nederland zijn geen premies volksverzekeringen geheven. X' werkgever heeft premies voor de Belgische sociale verzekeringen op het salaris van X ingehouden. Bij de berekening van de voorlopige aanslag inkomstenbelasting is de verschuldigde belasting verminderd met de heffingskorting voor de inkomstenbelasting. Er heeft geen vermindering plaatsgevonden met ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.