FED 1992/669
1. De mededeling aan de belastingplichtige van de gronden voor een boete hoeft niet tevens in te houden een motivering betreffende de hoogte ervan; 2. De mededeling van de gronden voor de boete kan ook door een andere belastingambtenaar dan de inspecteur en ook mondeling worden gedaan, indien vervolgens de inspecteur een met die mededeling strokende beslissing neemt.
HR 10-06-1992, ECLI:NL:HR:1992:ZC5010, m.nt. P.J. Wattel
- Instantie
Hoge Raad (Belastingkamer)
- Datum
10 juni 1992
- Magistraten
Soest, Van; Jansen; Linde, Van Der; Bellaart; Korthals Altes; Moor, De
- Zaaknummer
27754
- Noot
P.J. Wattel
- LJN
ZC5010
- JCDI
JCDI:ADS209813:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1992:ZC5010, Uitspraak, Hoge Raad (Belastingkamer), 10‑06‑1992
- Wetingang
Art. 6 EVRM
Essentie
1. De mededeling aan de belastingplichtige van de gronden voor een boete hoeft niet tevens in te houden een motivering betreffende de hoogte ervan; 2. De mededeling van de gronden voor de boete kan ook door een andere belastingambtenaar dan de inspecteur en ook mondeling worden gedaan, indien vervolgens de inspecteur een met die mededeling strokende beslissing neemt.
Uitspraak
Het geschil betreft de naheffingsaanslag omzetbel. over het tijdvak 1 januari 1984 tot en met 31 december 1987.
Uit de uitspraak van het Hof (Leeuwarden):
2. De feiten
Blijkens de gedingstukken en op grond van het verhandelde ter zitting ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.