FED 1991/817:De omstandigheid dat ter zake van de aanschaffing en voortbrenging van het onroerend goed ten onrechte investeringsbijdragen in aanmerking zijn genomen, kan, indien ook overigens aan de daarvoor te stellen voorwaarden is voldaan, grond bieden voor het opleggen van een navorderingsaanslag, doch brengt niet mee dat dit goed als een bedrijfsmiddel moet worden beschouwd en vormt op zichzelf geen reden voor de heffing van desinvesteringsbetalingen. Daaraan doet niet af, dat de inspecteur toen hij de investeringsbijdragen in aanmerking nam, niet aan de door belanghebbende gegeven - onvolledige - voorstelling van zaken behoefde te twijfelen, en evenmin dat belanghebbende ten onrechte meende dat het onroerend goed tot het ondernemingsvermogen van zijn administratie- en assurantiekantoor kon worden gerekend.