FED 1998/787
Bij waardebepaling aandelen in casu rekening houden met de functie binnen het vermogen
HR 10-08-1998, ECLI:NL:HR:1998:AA2295, m.nt. E. Aardema
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
10 augustus 1998
- Magistraten
Stoffer; Zuurmond; Fleers; Beukenhorst; Monné
- Zaaknummer
33 519
- Noot
E. Aardema
- LJN
AA2295
- JCDI
JCDI:ADS227624:1
- Vakgebied(en)
Vermogensbelasting (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1998:AA2295, Uitspraak, Hoge Raad, 10‑08‑1998
- Wetingang
Art. 9 Wet VB 1964
Essentie
Bij waardebepaling aandelen in casu rekening houden met de functie binnen het vermogen
Samenvatting
Middel 1 komt op tegen 's hofs oordeel dat bij het bepalen van de waarde van het vermogen rekening moet worden gehouden met de functie die bezittingen en schulden daarin innemen. Hiermee heeft het hof, anders dan in het middel wordt verondersteld, niet een subjectief criterium aangelegd. Het hof, dat voorop heeft gesteld dat bezittingen en schulden in aanmerking dienen te worden genomen naar de waarde welke daaraan in het economische verkeer kan worden toegekend, heeft kennelijk het oog gehad op de omstandigheid dat een ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.