T&C Rv, commentaar op art. 149 Rv:Hoofdregel bewijsrecht
T&C Rv, commentaar op art. 149 Rv
Hoofdregel bewijsrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het eerste lid bevat de hoofdregel van bewijsrecht, dat de rechter slechts die feiten of rechten aan zijn beslissing ten grondslag mag leggen, die in het geding te zijner kennis zijn gekomen of zijn gesteld en die overeenkomstig de voorschriften van het wettelijk bewijsrecht zijn komen vast te staan. Het vormt de weerslag van het beginsel van de partijautonomie. De rechter mag geen feiten aanvullen en dient zich in die zin terughoudend op te stellen.
Verhouding met art. 24
Voorts brengt art. 24 lid 1 ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
T&C Rv, commentaar op art. 149 Rv
Hoofdregel bewijsrecht
D.J. Beenders, actueel t/m 15-02-2026
15-02-2026
01-01-2002 tot: -
D.J. Beenders
T&C Rv, commentaar op art. 149 Rv
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering artikel 149
1. Hoofdregel (lid 1 eerste zin)
a. Algemeen; verhouding met art. 24
Het eerste lid bevat de hoofdregel van bewijsrecht, dat de rechter slechts die feiten of rechten aan zijn beslissing ten grondslag mag leggen, die in het geding te zijner kennis zijn gekomen of zijn gesteld en die overeenkomstig de voorschriften van het wettelijk bewijsrecht zijn komen vast te staan. Het vormt de weerslag van het beginsel van de partijautonomie. De rechter mag geen feiten aanvullen en dient zich in die zin terughoudend op te stellen.
Verhouding met art. 24
Voorts brengt art. 24 lid 1 ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.