In artikel 3.116a van de Wet IB 2001 was tot en met 2012 de regeling opgenomen van de ‘spaarrekening en het beleggingsrecht eigen woning’. Tot en met 2007 kenden we alleen de kapitaalverzekering eigen woning (KEW) om belastingvrij te sparen voor de aflossing van de eigenwoningschuld. Om banken in staat te stellen ook dergelijke producten aan te bieden naast verzekeraars is vanaf 2008 de mogelijkheid gecreëerd om ook met bankproducten belastingvrij te sparen voor de aflossing van de eigenwoninglening. Deze mogelijkheden houden dat minimaal 15 jaar geld ingelegd kan worden op de spaarrekening eigen woning (SEW) of op de beleggingsrekening eigen woning (BEW). Na 15 of 20 jaar bestaat dan recht op een vrijgesteld bedrag, waarmee de eigenwoningschuld tot bepaalde maximumbedragen mag worden afgelost. De voorwaarden en regels komen grotendeels op hetzelfde neer als de regels voor de KEW (zie artikel 3.116).
Wat vindt u in de Vakstudie?
1. De geschiedenis en de achtergrond van artikel 3.116a (aant. 1)
In een initiatiefvoorstel van de Kamerleden Depla en Blok is geregeld om naast verzekeringsproducten ook banksparen fiscaal aantrekkelijk te maken. In eerste instantie zag dit alleen op banksparen ten behoeve van pensioen. Gedurende de behandeling van het voorstel is ook banksparen voor de aflossing van de eigenwoningschuld mogelijk gemaakt. De wetswijziging is op 1 januari 2008 ingegaan. In aant. 1.2 wordt het ontstaan van de bepaling behandeld. In aant. 1.3 is literatuur opgenomen. Doel en strekking komen aan de orde in aant. 1.4 en de context in aant. 1.6. In aant. 1.20 komen parlementaire varia aan de orde, zoals de gevolgen van de per 1 januari 2011 in te voeren stroomlijning van het partnerbegrip voor artikel 3.116a aan de orde (aant. 1.20.2).
2. Regeling SEW en BEW
In aant. 2 worden de voorwaarden voor een spaarrekening eigen woning (SEW) behandeld en in aant. 3 hetzelfde voor het beleggingsrecht eigen woning (BEW). Deze voorwaarden komen grotendeels overeen met de voorwaarden voor de KEW (zie aant. 3 op artikel 3.116).
De fictieve deblokkeringen van een SEW of BEW komen aan de orde in aant. 4. In aant. 5 worden de gevolgen van emigratie en remigratie behandeld. De wijze waarop het rendement op een SEW of BEW wordt berekend is in aant. 6 verder uitgewerkt. In aant. 7 wordt ten slotte de delegatiebepaling van artikel 3.116a, zevende lid , behandeld.
3. Commentaar van 2013 bij artikel 10bis.5
Na het vervallen van artikel 3.116a van de Wet IB 2001 per 1 januari 2013 is de regeling voor bestaande gevallen overgebracht naar het overgangsrecht in hoofdstuk 10bis van de Wet IB 2001. De inhoud van artikel 3.116a van de Wet IB 2001 is overgenomen in artikel 10bis.5 van de Wet IB 2001. Het commentaar vanaf 2013 is alleen in artikel 10bis.5 bijgewerkt.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Vakstudie Inkomstenbelasting, artikel 3.116a Wet IB 2001, aant. 1.1
Aant. 1.1 Inleiding
Actueel t/m 14-04-2026
14-04-2026, het commentaar is bijgewerkt t/m BNB 2026/51 en V-N 2026/15.28
01-01-2008 tot: 01-01-2013
Vakstudie Inkomstenbelasting, artikel 3.116a Wet IB 2001, aant. 1.1
Inkomstenbelasting / Inkomen uit werk en woning (box 1) - niet-winst
banksparen eigen woning
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.116a
Beschouwing
Inleiding
In artikel 3.116a van de Wet IB 2001 was tot en met 2012 de regeling opgenomen van de ‘spaarrekening en het beleggingsrecht eigen woning’. Tot en met 2007 kenden we alleen de kapitaalverzekering eigen woning (KEW) om belastingvrij te sparen voor de aflossing van de eigenwoningschuld. Om banken in staat te stellen ook dergelijke producten aan te bieden naast verzekeraars is vanaf 2008 de mogelijkheid gecreëerd om ook met bankproducten belastingvrij te sparen voor de aflossing van de eigenwoninglening. Deze mogelijkheden houden dat minimaal 15 jaar geld ingelegd kan worden op de spaarrekening eigen woning (SEW) of op de beleggingsrekening eigen woning (BEW). Na 15 of 20 jaar bestaat dan recht op een vrijgesteld bedrag, waarmee de eigenwoningschuld tot bepaalde maximumbedragen mag worden afgelost. De voorwaarden en regels komen grotendeels op hetzelfde neer als de regels voor de KEW (zie artikel 3.116).
Wat vindt u in de Vakstudie?
1. De geschiedenis en de achtergrond van artikel 3.116a (aant. 1)
In een initiatiefvoorstel van de Kamerleden Depla en Blok is geregeld om naast verzekeringsproducten ook banksparen fiscaal aantrekkelijk te maken. In eerste instantie zag dit alleen op banksparen ten behoeve van pensioen. Gedurende de behandeling van het voorstel is ook banksparen voor de aflossing van de eigenwoningschuld mogelijk gemaakt. De wetswijziging is op 1 januari 2008 ingegaan. In aant. 1.2 wordt het ontstaan van de bepaling behandeld. In aant. 1.3 is literatuur opgenomen. Doel en strekking komen aan de orde in aant. 1.4 en de context in aant. 1.6. In aant. 1.20 komen parlementaire varia aan de orde, zoals de gevolgen van de per 1 januari 2011 in te voeren stroomlijning van het partnerbegrip voor artikel 3.116a aan de orde (aant. 1.20.2).
2. Regeling SEW en BEW
In aant. 2 worden de voorwaarden voor een spaarrekening eigen woning (SEW) behandeld en in aant. 3 hetzelfde voor het beleggingsrecht eigen woning (BEW). Deze voorwaarden komen grotendeels overeen met de voorwaarden voor de KEW (zie aant. 3 op artikel 3.116).
De fictieve deblokkeringen van een SEW of BEW komen aan de orde in aant. 4. In aant. 5 worden de gevolgen van emigratie en remigratie behandeld. De wijze waarop het rendement op een SEW of BEW wordt berekend is in aant. 6 verder uitgewerkt. In aant. 7 wordt ten slotte de delegatiebepaling van artikel 3.116a, zevende lid , behandeld.
3. Commentaar van 2013 bij artikel 10bis.5
Na het vervallen van artikel 3.116a van de Wet IB 2001 per 1 januari 2013 is de regeling voor bestaande gevallen overgebracht naar het overgangsrecht in hoofdstuk 10bis van de Wet IB 2001. De inhoud van artikel 3.116a van de Wet IB 2001 is overgenomen in artikel 10bis.5 van de Wet IB 2001. Het commentaar vanaf 2013 is alleen in artikel 10bis.5 bijgewerkt.