FED 2003/562
Baatbelasting. Herinrichting historisch stadshart. Rechtsgeldigheid bekostigingsbesluit. Vervanging bestaande voorzieningen. Aftrek kosten achterstallig onderhoud. Mate waarin de aan de voorzieningen verbonden lasten worden verhaald
HR 08-08-2003, ECLI:NL:HR:2003:AE2310, m.nt. J.A. Monsma
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
8 augustus 2003
- Magistraten
Ilsink Korthals Altes; Monné; Amersfoort, van; Berge, van den; Leemreis
- Zaaknummer
36 777
- Noot
J.A. Monsma
- LJN
AE2310
- JCDI
JCDI:ADS234498:1
- Vakgebied(en)
Belastingen van lagere overheden / Gemeentelijke belastingen
Belastingen van lagere overheden (V)
Milieubelastingen (V)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2003:AE2310, Uitspraak, Hoge Raad, 08‑08‑2003
ECLI:NL:PHR:2003:AE2310, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 08‑08‑2003
- Wetingang
Art. 222 Gemeentewet
Essentie
Baatbelasting. Herinrichting historisch stadshart. Rechtsgeldigheid bekostigingsbesluit. Vervanging bestaande voorzieningen. Aftrek kosten achterstallig onderhoud. Mate waarin de aan de voorzieningen verbonden lasten worden verhaald
Samenvatting
Anders dan A-G Ilsink is de Hoge Raad van oordeel dat het bekostigingsbesluit rechtsgeldig is. De bijbehorende kaart is door de gemeenteraad vastgesteld. Baatbelasting kan worden geheven in verband met het door of met medewerking van het gemeentebestuur tot stand brengen van voorzieningen. Bij de onderhavige herinrichting van het historische stadshart van Breda zijn bestaande voorzieningen vervangen door nieuwe. De Hoge Raad beslist dat ook een wijziging of vervanging van een bestaande voorziening het ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.