BNB 2007/18
Periodieke uitkeringen uit trustvermogen vormen de tegenwaarde voor een prestatie
HR 14-07-2006, ECLI:NL:HR:2006:AY3639, m.nt. R.M. Freudenthal
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
14 juli 2006
- Magistraten
Pos; Monné; Amersfoort, van; Leemreis; Maanen, van
- Zaaknummer
39 201
- Noot
R.M. Freudenthal
- LJN
AY3639
- JCDI
JCDI:ADS889214:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Inkomstenbelasting / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2006:AY3639, Uitspraak, Hoge Raad, 14‑07‑2006
- Wetingang
art. 25, eerste lid, onderdeel g, 29a, en 30, eerste lid, onderdeel c, Wet IB 1964
Essentie
Periodieke uitkeringen uit trustvermogen vormen de tegenwaarde voor een prestatie
Samenvatting
Belanghebbende geniet als beneficiair gerechtigde periodieke uitkeringen uit een trustvermogen. De trust is ingesteld bij testament van haar overleden echtgenoot.
Het Hof heeft geoordeeld dat de uitkeringen aan belanghebbende niet de tegenwaarde van een prestatie vormen, maar periodieke uitkeringen zijn in de zin van art. 30, eerste lid, onderdeel c, Wet IB 1964.
HR: De vraag of een periodieke uitkering de tegenwaarde voor een prestatie vormt, moet worden beoordeeld vanuit de positie van de schuldenaar van de periodieke uitkering. Het komt erop aan of deze schuldenaar ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.