V-N 2001/17.23
VENNOOTSCHAPSBELASTING Deelnemingsvrijstelling. Belang beneden 5% i.c. niet aangehouden als belegging. Het drijven van een onderneming door belastingplichtige is geen zelfstandig vereiste
HR 14-03-2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0829, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
14 maart 2001
- Magistraten
Jansen, R.J.J.; Zuurmond; Brunschot, van; Vliet, van; Lourens; Kalmthout, van
- Zaaknummer
36 145
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- LJN
AB0829
- JCDI
JCDI:ADS901428:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Vennootschapsbelasting / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2001:AB0829, Uitspraak, Hoge Raad, 14‑03‑2001
ECLI:NL:PHR:2001:AB0829, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 14‑03‑2001
- Wetingang
Art. 13, derde lid, Wet Vpb 1969
Essentie
VENNOOTSCHAPSBELASTING Deelnemingsvrijstelling. Belang beneden 5% i.c. niet aangehouden als belegging. Het drijven van een onderneming door belastingplichtige is geen zelfstandig vereiste
Samenvatting
In geschil is of X BV terecht aanspraak maakt op toepassing van de deelnemingsvrijstelling ter zake van het in januari 1992 door haar genoten dividend van H BV. In H BV bezat X BV op dat moment 0,76% van het nominaal gestorte kapitaal.
Hof 's-Hertogenbosch: De feiten en omstandigheden laten geen andere conclusie toe dan dat X BV in januari 1992 met haar aandelenbezit in H BV niet enkel streefde naar het rendement en de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.