FED 1990/402
Bij verkoop in 1978 van een aanmerkelijk-belangpakket ontstaat geschil over de hoogte van de verkoopprijs. Het geschil wordt in 1986 opgelost door vermindering van de prijs. Belanghebbende brengt het bedrag van de vermindering ten laste van zijn inkomen als verlies uit aanmerkelijk belang, hetgeen de inspecteur navolgt. Later vordert de inspecteur na, aangezien voor het in aanmerking nemen van een verlies uit aanmerkelijk belang een afzonderlijke regeling bestaat. Navordering geoorloofd.
Hof Amsterdam 05-03-1990, ECLI:NL:GHAMS:1990:AW6788
- Instantie
Hof Amsterdam
- Datum
5 maart 1990
- Magistraten
Rensema; Wiegel; Ballegooijen, Van
- Zaaknummer
5153/88
- LJN
AW6788
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Inkomstenbelasting / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHAMS:1990:AW6788, Uitspraak, Hof Amsterdam, 05‑03‑1990
- Wetingang
Art. 16 AWR
Essentie
Bij verkoop in 1978 van een aanmerkelijk-belangpakket ontstaat geschil over de hoogte van de verkoopprijs. Het geschil wordt in 1986 opgelost door vermindering van de prijs. Belanghebbende brengt het bedrag van de vermindering ten laste van zijn inkomen als verlies uit aanmerkelijk belang, hetgeen de inspecteur navolgt. Later vordert de inspecteur na, aangezien voor het in aanmerking nemen van een verlies uit aanmerkelijk belang een afzonderlijke regeling bestaat. Navordering geoorloofd.
Uitspraak
Het geschil betrof de navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1986.
Vaststaat:
In 1978 maakte van een door belanghebbende gesloten overeenkomst deel uit de vervreemding van tot een aanmerkelijk belang behorende ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.