Loon is al hetgeen uit dienstbetrekking wordt genoten. Dat loon wordt bij de werknemer belast. Met ingang van 1 januari 1997 is een regeling ingevoerd die het mogelijk maakt loon als eindheffingsbestanddeel aan te merken en bij de inhoudingsplichtige te belasten. Dat loon wordt dus in beginsel – op een enkele in art. 10 opgenomen uitzondering – niet meer bij de werknemer belast. De eindheffingsbestanddelen zijn in art. 31 en in samenhang daarmee in art. 31a (de zogeheten werkkostenregeling) opgenomen (afdeling 1 Wet LB 1964). Daarnaast bevat de wet nog zogeheten pseudo-eindheffingen (afdeling 2 Wet LB 1964).
Wat vindt u in De Vakstudie?
1. De geschiedenis en de achtergrond van artikel 31
Doel van art. 31 is vereenvoudiging van de heffing van loonbelasting, door de loonbelasting in bepaalde gevallen te heffen van de inhoudingsplichtige (aant. 2). In de loop van de jaren zijn diverse loonbestanddelen als eindheffingsbestanddeel aangewezen of weer geschrapt.
2. Hoe werkt de eindheffing?
Artikel 31 bevat een limitatieve opsomming van de eindheffingsbestanddelen (aant. 3). Dat betekent dat alle daarin opgenomen bestanddelen alleen in de heffing bij de inhoudingsplichtige in aanmerking worden genomen tegen een eveneens in artikel 31 opgenomen tarief (aant. 4). Het tarief wordt onderscheiden in een tabeltarief (aant. 5) en een enkelvoudig tarief (aant. 6). In sommige gevallen wordt een vast eindheffingstarief of eindheffingsbedrag gehanteerd (aant. 8). Artikel 31 kent de mogelijkheid het eindheffingstarief niet per werknemer, maar globaal vast te stellen (aant. 10).
Hierna wordt ingegaan op het ontstaan van de bepaling (aant. 1.2), het literatuuroverzicht (aant. 1.3), doel en strekking (aant. 1.4), de context van de bepaling (aant. 1.6), eindheffing en premie werknemersverzekeringen (aant. 1.7), de internationale aspecten (aant. 1.8), eindheffing versus correctiebericht (aant. 1.9), eindheffing en inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (aant. 1.10), hardheidsclausule (aant. 1.13) en de begripsomschrijvingen (aant. 1.17).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Vakstudie Loonbelasting en Premieheffingen, art. 31 Wet LB 1964, aant. 1.1
Aant. 1.1 Inleiding
Actueel t/m 22-05-2026
22-05-2026, het commentaar is bijgewerkt t/m BNB 2026/77 en V-N 2026/22.3
01-07-1965 tot: -
Vakstudie Loonbelasting en Premieheffingen, art. 31 Wet LB 1964, aant. 1.1
Loonbelasting / Eindheffing
Verzekeringsrecht / Pensioenrecht
eindheffing
Wet op de loonbelasting 1964 artikel 31
Beschouwing
Inleiding
Loon is al hetgeen uit dienstbetrekking wordt genoten. Dat loon wordt bij de werknemer belast. Met ingang van 1 januari 1997 is een regeling ingevoerd die het mogelijk maakt loon als eindheffingsbestanddeel aan te merken en bij de inhoudingsplichtige te belasten. Dat loon wordt dus in beginsel – op een enkele in art. 10 opgenomen uitzondering – niet meer bij de werknemer belast. De eindheffingsbestanddelen zijn in art. 31 en in samenhang daarmee in art. 31a (de zogeheten werkkostenregeling) opgenomen (afdeling 1 Wet LB 1964). Daarnaast bevat de wet nog zogeheten pseudo-eindheffingen (afdeling 2 Wet LB 1964).
Wat vindt u in De Vakstudie?
1. De geschiedenis en de achtergrond van artikel 31
Art. 31 Wet LB 1964 is met ingang van 1 januari 1997 ingevoegd bij de Wet aanpassing loon- en inkomstenbelasting c.a. 1997.
Doel van art. 31 is vereenvoudiging van de heffing van loonbelasting, door de loonbelasting in bepaalde gevallen te heffen van de inhoudingsplichtige (aant. 2). In de loop van de jaren zijn diverse loonbestanddelen als eindheffingsbestanddeel aangewezen of weer geschrapt.
2. Hoe werkt de eindheffing?
Artikel 31 bevat een limitatieve opsomming van de eindheffingsbestanddelen (aant. 3). Dat betekent dat alle daarin opgenomen bestanddelen alleen in de heffing bij de inhoudingsplichtige in aanmerking worden genomen tegen een eveneens in artikel 31 opgenomen tarief (aant. 4). Het tarief wordt onderscheiden in een tabeltarief (aant. 5) en een enkelvoudig tarief (aant. 6). In sommige gevallen wordt een vast eindheffingstarief of eindheffingsbedrag gehanteerd (aant. 8). Artikel 31 kent de mogelijkheid het eindheffingstarief niet per werknemer, maar globaal vast te stellen (aant. 10).
Hierna wordt ingegaan op het ontstaan van de bepaling (aant. 1.2), het literatuuroverzicht (aant. 1.3), doel en strekking (aant. 1.4), de context van de bepaling (aant. 1.6), eindheffing en premie werknemersverzekeringen (aant. 1.7), de internationale aspecten (aant. 1.8), eindheffing versus correctiebericht (aant. 1.9), eindheffing en inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (aant. 1.10), hardheidsclausule (aant. 1.13) en de begripsomschrijvingen (aant. 1.17).