Inhoudsopgave
WFR 1997/1170:De zelfstandigheid van de vaste inrichting is een fictie
WFR 1997/1170
De zelfstandigheid van de vaste inrichting is een fictie
HR 7 mei 1997, rolnr. 30 294 en 31 795 1
Documentgegevens:
MR. G.H. DE SOETEN , datum 01-01-1997
- Datum
01-01-1997
- Auteur
MR. G.H. DE SOETEN 2
- JCDI
JCDI:ADS775414:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Belastingrecht algemeen (V)
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
- Wetingang
art. 7 lid 2 OESO-modelverdrag 1992
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
1 Inleiding
Ondernemingen die activiteiten in twee of meer landen hebben, kunnen in al die landen worden geconfronteerd met belastingheffing. Teneinde dubbele belasting te voorkomen, wordt ten aanzien van de winst- of vennootschapsbelasting het heffingsrecht ingevolge regels van internationaal belastingrecht toegewezen aan de woonstaat van de onderneming (het hoofdkantoor), tenzij de onderneming haar activiteiten in een andere staat uitoefent met behulp van een vaste inrichting. Indien er sprake is van een vaste inrichting mag de aan die vaste inrichting toe te rekenen winst worden belast in de staat waar zich de vaste inrichting bevindt.
Art. 7, eerste en tweede ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.