FED 1991/730
Aanzuivering van een negatief vermogen van een dochtermaatschappij door de moedermaatschappij door middel van gedeeltelijke kwijtschelding van een vordering doet het vennootschappelijk vermogen van de dochtervennootschap vermeerderen en versterkt haar economisch potentieel en moet bijgevolg geacht worden de waarde van haar aandelen te kunnen verhogen in de zin van art. 4, tweede lid, sub b van de Richtlijn 69/335 van 17 juli 1969.
HvJ EG 05-02-1991, ECLI:EU:C:1991:38, m.nt. J.S. Rijkels
- Instantie
Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen
- Datum
5 februari 1991
- Magistraten
Moitinho De Almeida; Rodriguez Iglesias; Slynn; Joliet; Grevisse
- Zaaknummer
C-15/89
- Noot
J.S. Rijkels
- LJN
AW2146
- JCDI
JCDI:ADS208713:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Belastingen van rechtsverkeer / Kapitaalsbelasting
- Brondocumenten
ECLI:EU:C:1991:38, Uitspraak, Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, 05‑02‑1991
- Wetingang
art. 4 lid 2 onder b Richtlijn 69/335/EEG van 17 juli 1969 betreffende de indirecte belastingen op het bijeenbrengen van kapitaal
Essentie
Aanzuivering van een negatief vermogen van een dochtermaatschappij door de moedermaatschappij door middel van gedeeltelijke kwijtschelding van een vordering doet het vennootschappelijk vermogen van de dochtervennootschap vermeerderen en versterkt haar economisch potentieel en moet bijgevolg geacht worden de waarde van haar aandelen te kunnen verhogen in de zin van art. 4, tweede lid, sub b van de Richtlijn 69/335 van 17 juli 1969.
Uitspraak
Het arrest betrof een prejudiciele vraag betreffende de indirecte belastingen op het bijeenbrengen van kapitaal (1988).
1. Bij arrest van 14 december 1988, bij het hof binnengekomen op 23 januari 1989, heeft de Hoge ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.