FED 2011/10
Kapitaalsbelasting. Beoordeling van de woonplaats van de inbrenger in verband met het discriminatieverbod van artikel 10, vierde lid, belastingverdrag Nederland-Zwitserland 1951
HR 03-12-2010, ECLI:NL:HR:2010:BL8864, m.nt. P.G.H. Albert
- Instantie
Hoge Raad (Belastingkamer)
- Datum
3 december 2010
- Magistraten
Lourens; Bavinck; Leemreis; Overgaauw; Fierstra
- Zaaknummer
09/01401
- Noot
P.G.H. Albert
- LJN
BL8864
- JCDI
JCDI:ADS198539:1
- Vakgebied(en)
Belastingen van rechtsverkeer (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:PHR:2010:BL8864, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 03‑12‑2010
Beroepschrift, Hoge Raad, 03‑12‑2010
ECLI:NL:HR:2010:BL8864, Uitspraak, Hoge Raad, 03‑12‑2010
- Wetingang
Essentie
Kapitaalsbelasting. Beoordeling van de woonplaats van de inbrenger in verband met het discriminatieverbod van artikel 10, vierde lid, belastingverdrag Nederland-Zwitserland 1951
Uitspraak
Het geschil betreft de naheffingsaanslag kapitaalsbelasting 2000.
OP HET BEROEP IN CASSATIE VAN BELANGHEBBENDE OVERWEEGT DE HOGE RAAD:
3.1. In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.
3.1.1. Belanghebbende is in 1996 opgericht naar Nederlands recht. Zij is statutair gevestigd in Nederland. Zij beschikt over een correspondentieadres in Zwitserland.
3.1.2. Op 26 mei 2000 heeft belanghebbende aandelen uitgegeven, die zijn geplaatst bij B Holding NV (hierna: B), reeds houder van 50 percent van de aandelen ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.