FED 1997/379
Emissie aandelen tijdens aanmerkelijkbelangperiode. Volstorting tijdens aflopendaanmerkelijkbelangperiode. Vervreemding belast
HR 07-05-1997, ECLI:NL:HR:1997:AA3215, m.nt. R.P.C.W.M. Brandsma
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
7 mei 1997
- Magistraten
Berge, van den; Jansen, R.J.J.; Linde, van der; Bellaart; Brunschot, van; Meij
- Zaaknummer
31594
- Noot
R.P.C.W.M. Brandsma
- LJN
AA3215
- JCDI
JCDI:ADS226855:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:PHR:1997:AA3215, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 07‑05‑1997
ECLI:NL:HR:1997:AA3215, Uitspraak, Hoge Raad, 07‑05‑1997
- Wetingang
Art. 39, lid 3, Wet IB 1964 (tekst 1990)
Essentie
Emissie aandelen tijdens aanmerkelijkbelangperiode. Volstorting tijdens aflopendaanmerkelijkbelangperiode. Vervreemding belast
Samenvatting
Belanghebbende bezat een onmiddellijk belang in B BV, bestaande uit 20 aandelen van nominaal f 1000. Op 9 juni 1986 vond een emissie plaats van 60 aandelen in de BV van f 1000 nominaal, waarvan belanghebbende 13 aandelen verkreeg. Door volstorting daalde belanghebbendes deelname in het gestorte kapitaal van de BV tot 27% op 24 september 1986, waarna op 24 oktober 1986 door volstorting van zijn 13 aandelen de deelname uitkwam op 33%.
Op 27 maart 1990 heeft belanghebbende 4,93 stuks van zijn aandelen verkocht voor f 54 ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.