V-N 1996/2518, 8
INKOMSTENBELASTING Commanditaire vennootschap tussen echtgenoten. Ongelijke medegerechtigdheid tot onderdelen van het vermogen
HR 19-06-1996, ECLI:NL:PHR:1996:AA1932, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
19 juni 1996
- Magistraten
Jansen, R.J.J.; Linde, van der; Bellaart; Putt-Lauwers, van der; Brunschot, van; Soest, van
- Zaaknummer
30 795
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- LJN
AA1932
- JCDI
JCDI:ADS897910:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Inkomstenbelasting / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1996:AA1932, Uitspraak, Hoge Raad, 19‑06‑1996
ECLI:NL:PHR:1996:AA1932, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 19‑06‑1996
- Wetingang
art. 6 Wet IB 1964
Essentie
INKOMSTENBELASTING Commanditaire vennootschap tussen echtgenoten. Ongelijke medegerechtigdheid tot onderdelen van het vermogen
Samenvatting
Belanghebbende, X, ging in 1986 met zijn echtgenote een CV aan, waarin zij beherend en X commanditair vennoot is. De overeenkomst bepaalt dat X de geleden verliezen draagt, dat de stille reserves geheel aan de commanditaire vennoot worden toegerekend en de goodwill geheel aan de beherende vennoot wordt toebedeeld. In geschil is of X het in 1988 opgetreden verlies in mindering mag brengen bij de bepaling van zijn belastbare inkomen.
Hof 's-Gravenhage stelt X in het ongelijk.
Op het beroep in cassatie van X overweegt ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.