BNB 1998/235
Parkeerbelasting. Kosten begrepen in naheffingsaanslag
HR 29-04-1998, ECLI:NL:HR:1998:ZC7050, m.nt. W.J.N.M. Snoijink
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
29 april 1998
- Magistraten
Wildeboer; Zuurmond; Pos; Beukenhorst; Monné
- Zaaknummer
32 534
- Noot
W.J.N.M. Snoijink
- LJN
ZC7050
- JCDI
JCDI:ADS887886:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1998:ZC7050, Uitspraak, Hoge Raad, 29‑04‑1998
- Wetingang
Art. 234 Gemeentewet; art. 2 Besluit gemeentelijke parkeerbelastingen; Verordening parkeerbelastingen 1991 gemeente Amsterdam
Essentie
Parkeerbelasting. Kosten begrepen in naheffingsaanslag
Samenvatting
Aan belanghebbende is een naheffingsaanslag in de parkeerbelastingen van de gemeente Amsterdam opgelegd van f 62,50, bestaande uit f 4 aan enkelvoudige belasting en f 58,50 aan kosten terzake van het opleggen van die aanslag.
Het Hof heeft belanghebbendes stelling dat de gemeente te veel (personeels)kosten heeft opgenomen in de kostenraming waarop de in de aanslag doorberekende kosten zijn gebaseerd, verworpen. Het heeft niet aannemelijk geacht dat de gemeente andere kosten in de raming heeft opgenomen dan in art. 2 van het Besluit gemeentelijke parkeerbelastingen is toegestaan.
De Hoge Raad verwerpt ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.