WFR 1998/1173
HR, 10-08-1998, nr. 33 519
HR 10-08-1998, ECLI:NL:HR:1998:AA2295
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
10 augustus 1998
- Zaaknummer
33 519
- LJN
AA2295
- Vakgebied(en)
Vermogensbelasting (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1998:AA2295, Uitspraak, Hoge Raad, 10‑08‑1998
- Wetingang
Art. 9 Wet VB 1964; art. 17 Wet ARB
Uitspraak
In geschil is de ten behoeve van de aanslag vermogensbelasting te bepalen waarde in het economische verkeer per 1 januari 1993 van de aandelen die belanghebbende, X, heeft in WB BV, welke waarde X op f 2 000 000 en de inspecteur op f 3 585 880 stelt.
Hof Amsterdam stelt de inspecteur in het gelijk.
Op het beroep in cassatie van X overweegt de Hoge Raad: Met zijn oordeel dat bij het bepalen van de waarde van het vermogen rekening moet worden gehouden met de functie die bezittingen en schulden daarin innemen, heeft het hof niet een ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.