FED 1983/2916
Bij de berekening van de vermindering ter voorkoming van dubbele vermogensbelasting ter zake van in de Bondsrepubliek gelegen onroerende goederen behoeft geen rekening te worden gehouden met op die onroerende goederen rustende hypothecaire schulden. Of een verdragsland de toegekende heffingsmogelijkheden volledig benut, is niet van belang voor de vraag op welke wijze en tot welk bedrag een vermindering ter voorkoming van dubbele belasting dient te worden verleend.
HR 20-04-1983, ECLI:NL:PHR:1983:AW8913, m.nt. M. Romyn
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
20 april 1983
- Magistraten
Dijk, Van; Vucht, Van; Vorm, Van Der; Stoffer; Baardman; Mok
- Zaaknummer
20 916
- Noot
M. Romyn
- LJN
AW8913
- JCDI
JCDI:ADS201021:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Internationaal belastingrecht / Voorkoming van dubbele belasting
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1983:AW8913, Uitspraak, Hoge Raad, 20‑04‑1983
ECLI:NL:PHR:1983:AW8913, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 20‑04‑1983
- Wetingang
Belastingverdrag Nederland-Duitsland 1959
Essentie
Bij de berekening van de vermindering ter voorkoming van dubbele vermogensbelasting ter zake van in de Bondsrepubliek gelegen onroerende goederen behoeft geen rekening te worden gehouden met op die onroerende goederen rustende hypothecaire schulden. Of een verdragsland de toegekende heffingsmogelijkheden volledig benut, is niet van belang voor de vraag op welke wijze en tot welk bedrag een vermindering ter voorkoming van dubbele belasting dient te worden verleend.
Uitspraak
Vaststaat:
dat belangh. (X), geboren in 1924, die in het onderhavige kalenderjaar gehuwd was en een kind tot zijn last had, bij het begin van dat jaar een vermogen had ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.