FED 1989/23
Belanghebbende is een naar Zwitsers recht opgerichte AG. Naar het oordeel van het hof brengt in het onderhavige geval een redelijke verdeling van de bewijslast mee dat de inspecteur aannemelijk maakt dat de leiding van belanghebbende vanuit Nederland plaatsvond. HR: mede in aanmerking genomen dat het in het algemeen op de weg van de inspecteur ligt de feiten te bewijzen waarop de aanslag steunt, kan niet worden gezegd dat het hof met zijn oordeel omtrent de bewijslastverdeling de redelijkheid uit het oog heeft verloren.
HR 27-04-1988, ECLI:NL:HR:1988:ZC3811, m.nt. L.F. van Kalmthout
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
27 april 1988
- Magistraten
Royer; Jansen; Linde, Van Der; Baardman; Bellaart
- Zaaknummer
24 252
- Noot
L.F. van Kalmthout
- LJN
ZC3811
- JCDI
JCDI:ADS208604:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Algemeen
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Vermogensbelasting (V)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1988:ZC3811, Uitspraak, Hoge Raad, 27‑04‑1988
- Wetingang
Essentie
Belanghebbende is een naar Zwitsers recht opgerichte AG. Naar het oordeel van het hof brengt in het onderhavige geval een redelijke verdeling van de bewijslast mee dat de inspecteur aannemelijk maakt dat de leiding van belanghebbende vanuit Nederland plaatsvond. HR: mede in aanmerking genomen dat het in het algemeen op de weg van de inspecteur ligt de feiten te bewijzen waarop de aanslag steunt, kan niet worden gezegd dat het hof met zijn oordeel omtrent de bewijslastverdeling de redelijkheid uit het oog heeft verloren.
Uitspraak
Het geschil betrof de navorderingsaanslag vennootschapsbelasting 1974.
Vaststaat:
Belanghebbende, X AG, is een ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.