Artikel 6, lid 1 Wet DB 1965 bepaalt hoe de dividendbelasting moet worden berekend als de uitdelende vennootschap de dividendbelasting voor haar rekening neemt. In artikel 6, lid 2 Wet DB 1965 is een sanctiebepaling opgenomen voor het geval bij het einde van een kalenderjaar blijkt dat niet aan de voorwaarden van de inhoudingsvrijstelling van artikel 4c Wet DB 1965 is voldaan.
Voor commentaar op de tekst van artikel 6 Wet DNB 1965 zoals dat luidde tot en met 31 december 2000, wordt verwezen naar aant. 12.
1. De geschiedenis en achtergrond van artikel 6 van de Wet DB 1965
Wat vindt u in de Vakstudie?
Artikel 6 Wet DB 1965 is tot stand gekomen bij de wet van 23 december 1965, Stb. 1965, 621 en is gewijzigd bij de wet van 11 mei 2000, Stb. 2000, 216.
2. Doel en strekking van artikel 6 van de Wet DB 1965
Artikel 6, lid 1 Wet DB 1965 bepaalt hoe de belasting moet worden berekend indien de uitkerende vennootschap (de inhoudingsplichtige) de dividendbelasting voor haar rekening neemt. Een vergelijkbare bepaling was opgenomen in artikel 4, lid 1 Besluit Dividendbelasting 1941. Indien bij het einde van het kalenderjaar blijkt dat niet voldaan is aan de voorwaarden die gelden voor de inhoudingsvrijstelling van artikel 4c Wet DB 1965, regelt artikel 6, lid 2 Wet DB 1965 dat de dividendbelasting gebruteerd moet worden. Het belang van de sanctiebepaling van artikel 6, lid 2 Wet DB 1965 is afgenomen door de versoepelingen die in artikel 4c Wet DB 1965 zijn aangebracht bij de wet van 20 december 2007, Stb. 2007, 563 (Overige fiscale maatregelen 2008).
3. Methodiek van de brutering van artikel 6 van de Wet DB 1965
Artikel 6 Wet DB 1965 geeft aan hoe de opbrengst gebruteerd dient te worden op basis van het normale tarief van 15%: De opbrengst moet voor het berekenen van de belasting worden vermenigvuldigd met 100/85. In verdragsverhoudingen kan een lager dividendbelastingtarief van toepassing zijn dan 15%. In de wet is niet uitgeschreven hoe de brutering dient plaats te vindend voor andere tarieven. Voor een eventuele brutering dient men zelf de bruteringsfactor te berekenen waarbij moet worden uitgegaan van het betreffende lagere verdragstarief (aant. 2.1).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Vakstudie Vennootschapsbelasting, art. 6 Wet DB 1965, aant. 1.1
Aant. 1.1 Inleiding
Actueel t/m 03-05-2026
03-05-2026, het commentaar is bijgewerkt t/m BNB 2026/57 en V-N 2026/17.30.
01-01-1966 tot: -
Vakstudie Vennootschapsbelasting, art. 6 Wet DB 1965, aant. 1.1
Dividendbelasting (V)
Dividendbelasting / Algemeen
Dividendbelasting / Inhoudingsvrijstelling
Dividendbelasting / Inkoop van eigen aandelen
Dividendbelasting / Tarief
Dividendbelasting / Voorwerp van belasting
Dividendbelasting / Heffingswijze
inkoop eigen aandelen beursgenoteerde nv
brutering dividendbelasting
vermomde uitdeling
Wet op de dividendbelasting 1965 artikel 6
Beschouwing
Artikel 6, lid 1 Wet DB 1965 bepaalt hoe de dividendbelasting moet worden berekend als de uitdelende vennootschap de dividendbelasting voor haar rekening neemt. In artikel 6, lid 2 Wet DB 1965 is een sanctiebepaling opgenomen voor het geval bij het einde van een kalenderjaar blijkt dat niet aan de voorwaarden van de inhoudingsvrijstelling van artikel 4c Wet DB 1965 is voldaan.
Voor commentaar op de tekst van artikel 6 Wet DNB 1965 zoals dat luidde tot en met 31 december 2000, wordt verwezen naar aant. 12.
1. De geschiedenis en achtergrond van artikel 6 van de Wet DB 1965
Wat vindt u in de Vakstudie?
Artikel 6 Wet DB 1965 is tot stand gekomen bij de wet van 23 december 1965, Stb. 1965, 621 en is gewijzigd bij de wet van 11 mei 2000, Stb. 2000, 216.
2. Doel en strekking van artikel 6 van de Wet DB 1965
Artikel 6, lid 1 Wet DB 1965 bepaalt hoe de belasting moet worden berekend indien de uitkerende vennootschap (de inhoudingsplichtige) de dividendbelasting voor haar rekening neemt. Een vergelijkbare bepaling was opgenomen in artikel 4, lid 1 Besluit Dividendbelasting 1941. Indien bij het einde van het kalenderjaar blijkt dat niet voldaan is aan de voorwaarden die gelden voor de inhoudingsvrijstelling van artikel 4c Wet DB 1965, regelt artikel 6, lid 2 Wet DB 1965 dat de dividendbelasting gebruteerd moet worden. Het belang van de sanctiebepaling van artikel 6, lid 2 Wet DB 1965 is afgenomen door de versoepelingen die in artikel 4c Wet DB 1965 zijn aangebracht bij de wet van 20 december 2007, Stb. 2007, 563 (Overige fiscale maatregelen 2008).
3. Methodiek van de brutering van artikel 6 van de Wet DB 1965
Artikel 6 Wet DB 1965 geeft aan hoe de opbrengst gebruteerd dient te worden op basis van het normale tarief van 15%: De opbrengst moet voor het berekenen van de belasting worden vermenigvuldigd met 100/85. In verdragsverhoudingen kan een lager dividendbelastingtarief van toepassing zijn dan 15%. In de wet is niet uitgeschreven hoe de brutering dient plaats te vindend voor andere tarieven. Voor een eventuele brutering dient men zelf de bruteringsfactor te berekenen waarbij moet worden uitgegaan van het betreffende lagere verdragstarief (aant. 2.1).