BNB 2002/248
Winstverdeling man-vrouwmaatschap (huisartsenpraktijk) onzakelijk geoordeeld
HR 09-11-2001, ECLI:NL:HR:2001:AD5336
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
9 november 2001
- Magistraten
Brunschot, van; Lourens; Bavinck
- Zaaknummer
36 810
- LJN
AD5336
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Inkomstenbelasting / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2001:AD5336, Uitspraak, Hoge Raad, 09‑11‑2001
- Wetingang
Art. 7 Wet IB 1964
Essentie
Winstverdeling man-vrouwmaatschap (huisartsenpraktijk) onzakelijk geoordeeld
Samenvatting
Belanghebbende heeft per 1 oktober 1993 een huisartsenpraktijk overgenomen. Over 1994 en 1995 ontving zijn echtgenote een meewerkbeloning van ƒ 23 400 per jaar. Met ingang van 1 januari 1996 is een man-vrouwmaatschap opgericht. De winstverdeling is 75% voor de man, 25% voor de vrouw.
Het Hof acht niet aannemelijk gemaakt dat het winstaandeel van de vrouw meer zou moeten bedragen dan de door de Inspecteur bepleite 8%.
De Hoge Raad verwerpt het beroep met toepassing van art. 101a Wet RO.
Uitspraak
... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.