FED 1995/136
Zelfs als sprake zou zijn geweest van een opzettelijk misleidende voorstelling van zaken van de zijde van de FIOD, kan niet worden aangenomen dat de rechtbank het gevraagde verlof zonder die onjuiste voorstelling van zaken niet zou hebben verleend.
HR 25-01-1995, ECLI:NL:HR:1995:AA3025, m.nt. J.A. Smit
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
25 januari 1995
- Magistraten
Jansen, R.J.J.; Linde, van der; Bellaart; Moor, de; Jansen, C.H.M.
- Zaaknummer
29 984
- Noot
J.A. Smit
- LJN
AA3025
- JCDI
JCDI:ADS224653:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Belastingrecht algemeen / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1995:AA3025, Uitspraak, Hoge Raad, 25‑01‑1995
- Wetingang
Essentie
Zelfs als sprake zou zijn geweest van een opzettelijk misleidende voorstelling van zaken van de zijde van de FIOD, kan niet worden aangenomen dat de rechtbank het gevraagde verlof zonder die onjuiste voorstelling van zaken niet zou hebben verleend.
Uitspraak
Het geschil betrof de aanslag inkomstenbelasting 1982.
De overwegingen van de Hoge Raad in het verwijzingsarrest
'3.2. Het eerste middel keert zich tegen 's Hofs oordeel dat belanghebbende en de BV hebben beoogd de op de Zwitserse rekening gestorte bedragen ten goede te laten komen aan belanghebbende in privé, en wel als loon uit hoofde van zijn dienstbetrekking ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.