BNB 1997/234
Aflopend of niet-aflopend aanmerkelijk belang?
HR 07-05-1997, ECLI:NL:HR:1997:AA3215, m.nt. I.J.F.A. van Vijfeijken
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
7 mei 1997
- Magistraten
Jansen, R.J.J.; Linde, van der; Bellaart; Brunschot, van; Meij
- Zaaknummer
31594
- Conclusie
A-G mr. Van den Berge
- Noot
I.J.F.A. van Vijfeijken
- LJN
AA3215
- JCDI
JCDI:ADS887719:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:PHR:1997:AA3215, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 07‑05‑1997
ECLI:NL:HR:1997:AA3215, Uitspraak, Hoge Raad, 07‑05‑1997
- Wetingang
Art. 39, derde lid, tekst 1990, Wet IB 1964
Essentie
Aflopend of niet-aflopend aanmerkelijk belang?
Samenvatting
Belanghebbende had een aanmerkelijk belang in een BV. Hij neemt op 9 juni 1986 voor dertien aandelen deel in een emissie, die zijn aandeel in het gestorte kapitaal doet dalen tot minder dan eenderde, verricht op 24 oktober 1986 de storting op deze dertien aandelen, en verkoopt in 1990 van zijn aandelen 4,93 stuks.
HR: De verkochte aandelen behoorden tot het (inmiddels aflopend) aanmerkelijk belang, nu de aanspraken van belanghebbende tegenover de BV niet zijn ontstaan op het moment van de volstorting, doch op het moment van de emissie, op welk moment ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.