FED 1993/669
Bij wijze van informele kapitaalstorting ingebrachte goodwill aanvankelijk niet geactiveerd en bijgevolg niet op afgeschreven. Activering dient - in een later jaar - alsnog plaats te vinden. Alsnog afschrijven op de aldus geactiveerde goodwill is echter in strijd met g.k.g. Afboeking kan pas geschieden in geval van lagere waarde van de in de onderneming aanwezige goodwill, bij het einde van de onderneming dan wel bij het einde van de belastingplicht.
HR 23-06-1993, ECLI:NL:HR:1993:ZC5386, m.nt. R.P.C. Cornelisse
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
23 juni 1993
- Magistraten
Jansen; Linde, Van Der; Bellaart; Jansen; Putt-Lauwers, Van Der
- Zaaknummer
28 721
- Noot
R.P.C. Cornelisse
- LJN
ZC5386
- JCDI
JCDI:ADS213289:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Fiscaal procesrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Inkomstenbelasting / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1993:ZC5386, Uitspraak, Hoge Raad, 23‑06‑1993
- Wetingang
Essentie
Bij wijze van informele kapitaalstorting ingebrachte goodwill aanvankelijk niet geactiveerd en bijgevolg niet op afgeschreven. Activering dient - in een later jaar - alsnog plaats te vinden. Alsnog afschrijven op de aldus geactiveerde goodwill is echter in strijd met g.k.g. Afboeking kan pas geschieden in geval van lagere waarde van de in de onderneming aanwezige goodwill, bij het einde van de onderneming dan wel bij het einde van de belastingplicht.
Uitspraak
Het geschil betrof de navorderingsaanslag vennootschapsbelasting 1983.
Vaststaat:
3.1. In 1976 behoorde tot het concern A NV (verder te noemen: A) een 100% dochtermaatschappij, BV B (verder ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.