FED 1997/573
Voor geringere 'baat' mag de rechter niet in afwijking van de verordening lagere liggingsfactor toepassen
HR 08-07-1997, ECLI:NL:HR:1997:AA2220, m.nt. W.J.N.M. Snoijink
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
8 juli 1997
- Zaaknummer
31 137
- Noot
W.J.N.M. Snoijink
- LJN
AA2220
- JCDI
JCDI:ADS226880:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Belastingen van lagere overheden / Gemeentelijke belastingen
Belastingen van lagere overheden (V)
Milieubelastingen (V)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1997:AA2220, Uitspraak, Hoge Raad, 08‑07‑1997
Essentie
Voor geringere 'baat' mag de rechter niet in afwijking van de verordening lagere liggingsfactor toepassen
Samenvatting
Hof: Van ontsluiting van een industrieterrein is pas sprake als de wegen toegankelijk zijn voor het gebruikelijke handels- en industrieverkeer. Het ontbreken van een effectieve draaiplaats op een eerder doorlopende, maar thans doodlopende, weg leidt in verminderde mate tot een voordeliger positie. De liggingsfactor 1 is onverbindend en dient te worden verlaagd tot 0,5.
HR: De rechter is niet bevoegd voor de factor die volgens de verordening toepasselijk is een andere in de plaats te stellen die naar zijn oordeel wél recht ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.