FED 1999/308
Wethouder die geen (onbelaste) onkostenvergoeding ontvangt, kan onkosten aftrekken op grond van gelijkheidsbeginsel.
HR 28-04-1999, ECLI:NL:HR:1999:AA2741
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
28 april 1999
- Zaaknummer
32 727
- LJN
AA2741
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting (V)
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Inkomstenbelasting / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1999:AA2741, Uitspraak, Hoge Raad, 28‑04‑1999
- Wetingang
Gelijkheidsbeginsel; art. 23 Wet IB 1964
Essentie
Wethouder die geen (onbelaste) onkostenvergoeding ontvangt, kan onkosten aftrekken op grond van gelijkheidscommit; beginsel.
Uitspraak
Belanghebbende, X, was in 1992 wethouder van Z. De raad kan bepalen dat aan wethouders een vergoeding voor kosten (niet zijnde reis- of verblijfkosten) wordt verleend, die per jaar voor een gemeente als Z ten hoogste ƒ 7200 bedraagt. Zo'n vergoeding wordt op grond van de Resolutie BNB 1992/209 onbelast gelaten. Z verstrekte uitsluitend een vergoeding voor kosten in verband met reizen, niet zijnde woon-werkverkeer. X berekent zijn beroepskosten, rekening houdend met de ontvangen vergoeding voor reiskosten, op ƒ 16 033, verdeeld ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.