FED 1996/699
De landbouwvrijstelling is niet van toepassing indien belastingplichtige niet zelf het landbouwbedrijf uitoefent. Het is mogelijk nog in de beroepsfase subsidiair te stellen dat de vervangingsreserve van toepassing is. Een dergelijke stelling mag niet snel tardief worden verklaard.
HR 08-07-1996, ECLI:NL:HR:1996:AA1976, m.nt. R. Russo
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
8 juli 1996
- Magistraten
Jansen, R.J.J.; Linde, van der; Bellaart; Moor, de; Brunschot, van
- Zaaknummer
30 959
- Noot
R. Russo
- LJN
AA1976
- JCDI
JCDI:ADS225833:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Fiscaal procesrecht / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Inkomstenbelasting / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1996:AA1976, Uitspraak, Hoge Raad, 08‑07‑1996
- Wetingang
Art. 14 Wet IB 1964
Essentie
De landbouwvrijstelling is niet van toepassing indien belastingplichtige niet zelf het landbouwbedrijf uitoefent. Het is mogelijk nog in de beroepsfase subsidiair te stellen dat de vervangingsreserve van toepassing is. Een dergelijke stelling mag niet snel tardief worden verklaard.
Uitspraak
Het geschil betrof de navorderingsaanslag vennootschapsbelasting 1990.
Vaststaat:
3.1. Belanghebbende is op 2 februari 1990 opgericht. Zij stelt zich onder meer ten doel de exploitatie van agrarische bedrijven. Haar beide aandeelhouders zijn mevrouw A en haar echtgenoot B. Directeur van belanghebbende is mevrouw A. Belanghebbende oefent niet zelf een landbouwbedrijf uit als bedoeld in artikel 8, lid 2, van ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.