FED 1999/93
HR, 20-01-1999, nr. 32 618
HR 20-01-1999, ECLI:NL:HR:1999:AA2643
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
20 januari 1999
- Zaaknummer
32 618
- LJN
AA2643
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Inkomstenbelasting (V)
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Inkomstenbelasting / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1999:AA2643, Uitspraak, Hoge Raad, 20‑01‑1999
- Wetingang
Uitspraak
Belanghebbende, X, had gedurende achttien jaren een vaste partnerrelatie met A. In 1994 gaf X f 2153 uit ter voorziening in het levensonderhoud van een broer van A. In geschil is of de inspecteur dit bedrag terecht niet als buitengewone last aanvaard op grond dat de broer geen aanverwant is van X ex art. 46 eerste lid, onderdeel a, 2', Wet IB 1964.
Hof Amsterdam stelt de inspecteur in het gelijk.
Op het beroep in cassatie van X overweegt de Hoge Raad: Voor de behandeling van de klacht dat de toepassing van art. 46, eerste lid, onverenigbaar is ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.