Inhoudsopgave
V-N 2001/22.22:BELASTINGEN VAN RECHTSVERKEER; Kapitaalsbelasting. Vragen en antwoorden
V-N 2001/22.22
BELASTINGEN VAN RECHTSVERKEER; Kapitaalsbelasting. Vragen en antwoorden
Besluit staatssecretaris van Financiën 5 april 2001, nr. CPP2001/101
Documentgegevens:
Datum 05-04-2001
- Datum
05-04-2001
- Bronauteur
Staatssecretaris van Financiën
- JCDI
JCDI:ADS845264:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Belastingen van rechtsverkeer / Algemeen
- Wetingang
Art. 32 WBRV; art. 37 WBRV; art. XXXIV Belastingplan 2000
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De staatssecretaris van Financiën heeft vragen en antwoorden over diverse onderwerpen met betrekking tot de kapitaalsbelasting gepubliceerd.
Besluit Staatssecretaris van Financiën 5 april 2001, CPP2001/101
Inleiding
Vanuit de praktijk zijn enkele vragen gesteld met betrekking tot de kapitaalsbelasting. Deze vragen en de gegeven antwoorden zijn hierna opgenomen.
Vraag 1. Niet werkzaam vermogen. Artikel 32, eerste lid, Wet op belastingen van rechtsverkeer (hierna: WBR)
BV A is 100% aandeelhouder van BV B. Een werknemer wil gaan participeren in BV B.
BV B geeft 1000 cumulatief preferente aandelen uit (met een nominale waarde van f 1000): de bestaande 40 gewone ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.