FED 2004/328
Termijn waarbinnen op grond van art. 6:15 Awb moet worden doorgezonden naar het bevoegde orgaan vangt aan nadat het bezwaar- of beroepschrift is binnengekomen
HR 07-05-2004, ECLI:NL:HR:2004:AO9019, m.nt. R. van Scharrenburg
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
7 mei 2004
- Magistraten
Pos; Amersfoort, van; Leemreis
- Zaaknummer
38 068
- Noot
R. van Scharrenburg
- LJN
AO9019
- JCDI
JCDI:ADS236948:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Fiscaal bestuursrecht (V)
Fiscaal procesrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2004:AO9019, Uitspraak, Hoge Raad, 07‑05‑2004
- Wetingang
Art. 6:15 Awb
Essentie
Termijn waarbinnen op grond van art. 6:15 Awb moet worden doorgezonden naar het bevoegde orgaan vangt aan nadat het bezwaar- of beroepschrift is binnengekomen
Samenvatting
Belanghebbende heeft een geschrift getiteld 'Beroep tegen uitspraak op bezwaarschrift aangaande IK94, aanslagnummer 001' aan het hof gezonden. Toen later bleek dat de inspecteur geen uitspraak op een bezwaarschrift tegen de aanslag had gedaan, heeft het hof het geschrift van belanghebbende doorgezonden aan de inspecteur. De inspecteur heeft belanghebbende niet-ontvankelijk verklaard nu het bezwaarschrift te laat is ingediend.
Het hof heeft geoordeeld dat de inspecteur belanghebbende terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Het heeft ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.