BNB 1999/31
Kasgeldconstructie. Wijze van toerekening van de verkoopprijs van de aandelen aan bij de afsplitsing van de onderneming aanwezige reserves. Informele kapitaalstorting
HR 23-09-1998, ECLI:NL:HR:1998:AA2370, m.nt. P.H.J. Essers
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
23 september 1998
- Magistraten
Zuurmond; Fleers; Pos; Beukenhorst; Monné
- Zaaknummer
32345
- Noot
P.H.J. Essers
- LJN
AA2370
- JCDI
JCDI:ADS190255:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Inkomstenbelasting / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1998:AA2370, Uitspraak, Hoge Raad, 23‑09‑1998
- Wetingang
Art. 24 Wet IB 1964
Essentie
Kasgeldconstructie. Wijze van toerekening van de verkoopprijs van de aandelen aan bij de afsplitsing van de onderneming aanwezige reserves. Informele kapitaalstorting
Samenvatting
In het kader van een kasgeldconstructie verkreeg de zogenoemde kasgeldvennootschap (uiteindelijk) een vordering van f 2 185 122 op de vennootschap die de onderneming voortzette. Toen de vordering tot f 2 500 000 was opgelopen, werd wegens de tegenvallende bedrijfsresultaten f 1 800 000 daarvan kwijtgescholden. Bij de afsplitsing van de onderneming bedroegen de reserves in de kasgeldvennootschap f 2 323 827, waarvan door de afsplitsing f 1 832 457 werd gerealiseerd. Bij de verkoop van ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.