FED 1997/131
Holdingconstructie. Toepassing fraus legis niet op voorhand duidelijk nu een alternatieve weg (inkoop van aandelen) een civielrechtelijke nietige rechtshandeling oplevert
HR 08-01-1997, ECLI:NL:HR:1997:AA3220, m.nt. G.Th.K. Meussen
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
8 januari 1997
- Magistraten
Stoffer; Urlings; Zuurmond; Fleers; Pos
- Zaaknummer
30 446
- Noot
G.Th.K. Meussen
- LJN
AA3220
- JCDI
JCDI:ADS226300:1
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Inkomstenbelasting / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1997:AA3220, Uitspraak, Hoge Raad, 08‑01‑1997
- Wetingang
Art. 2:207 BW (1987); art. 24 Wet IB 1964; art. 39 Wet IB 1964 (tekst 1987); art. 57 tweede en vierde lid, Wet IB 1964 (tekst 1987)
Essentie
Holdingconstructie. Toepassing fraus legis niet op voorhand duidelijk nu een alternatieve weg (inkoop van aandelen) een civielrechtelijke nietige rechtshandeling oplevert
Samenvatting
Belanghebbende, X, heeft op 31 december 1987 zijn 300 aandelen A BV (nominaal f 100) voor f 120 000 verkocht en overgedragen aan de door hem kort tevoren opgerichte D BV, in welke vennootschap hij alle aandelen hield. Op diezelfde dag zijn de overige 150 aandelen A BV (nominaal f 100) voor f 60 000 aan D BV verkocht door de andere aandeelhouder B BV. De aandelen B BV waren alle in handen van een derde. De ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.