FED 1997/102
De vaststelling van het geschil is aan het hof als feitenrechter voorbehouden en in casu niet onbegrijpelijk. Het hof hoefde niet te komen tot een conclusie die niet als stelling was aangevoerd, terwijl de vaststaande feiten evenmin tot die conclusie dwongen. Door een partij aangevoerde feiten kunnen niet als vaststaand worden aangenomen indien de wederpartij geen aanleiding had die feiten te bestrijden.
HR 11-12-1996, ECLI:NL:HR:1996:AA1787, m.nt. L.M. Holdert
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
11 december 1996
- Magistraten
Stoffer; Urlings; Zuurmond; Fleers; Pos
- Zaaknummer
30 198
- Noot
L.M. Holdert
- LJN
AA1787
- JCDI
JCDI:ADS227455:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Loonbelasting / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1996:AA1787, Uitspraak, Hoge Raad, 11‑12‑1996
- Wetingang
Art. 26b Wet LB 1964
Essentie
De vaststelling van het geschil is aan het hof als feitenrechter voorbehouden en in casu niet onbegrijpelijk. Het hof hoefde niet te komen tot een conclusie die niet als stelling was aangevoerd, terwijl de vaststaande feiten evenmin tot die conclusie dwongen. Door een partij aangevoerde feiten kunnen niet als vaststaand worden aangenomen indien de wederpartij geen aanleiding had die feiten te bestrijden.
Uitspraak
Het geschil betrof de naheffingsaanslag loonbelasting/premie volksverzekeringen voor zover belanghebbende, daarvoor aansprakelijk is gesteld.
Vaststaat:
1.1. Belanghebbende houdt zich bezig met de reconditionering van textiel (strijken, inpakken, ophangen, prijzen e.d.). Belanghebbende handelt onder meer ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.