De inkomstenbelasting wordt geheven bij wege van aanslag, waarmee de voorheffingen worden verrekend. In art. 9.2 Wet IB 2001 wordt toegelicht wat de voorheffingen zijn en welke bijzondere bepalingen verband houden met de verrekening daarvan .
Wat vindt u in De Vakstudie?
1. De algemene aspecten van art. 9.2 Wet IB 2001
Art. 9.2 Wet IB 2001 geeft regels met betrekking tot de verrekening van voorheffingen. Achtereenvolgens wordt hierna ingegaan op het ontstaan van de bepaling (aant. 1.2), het literatuuroverzicht (aant. 1.3), doel en strekking van de bepaling (aant. 1.4), de context van de bepaling (aant. 1.6), de verrekening van in het buitenland geheven bronbelasting (aant. 1.8), onder het Besluit voorkoming dubbele belasting 2001 (aant. 1.9) en onder een belastingverdrag (aant. 1.10), enkele Europeesrechtelijke aspecten van de verrekening van dividendbelasting (aant. 1.11), enkele begripsomschrijvingen (aant. 1.17), parlementaire varia (aant. 1.20), internetconsultatie (aant. 1.21) en aanhangige wetgeving (aant. 1.22).
2. Welke voorheffingen kunnen worden verrekend?
Volgens art. 9.2 lid 1 Wet IB 2001 kunnen de volgende voorheffingen worden verrekend met de verschuldigde inkomstenbelasting:
•
De geheven loonbelasting, met uitzondering van de als eindheffing geheven loonbelasting (aant. 2.1);
De gemeenschapsbelasting die wordt geheven van leden van het Europees Parlement (aant. 2.4).
Tot 1 januari 2016 werd als voorheffing ook aangemerkt de bronbelasting die op grond van de Spaarrenterichtlijn door enkele Europese lidstaten werd geheven (aant. 2.5).
3. Geen verrekening in geval van 'dividendstripping'
In art. 9.2 tweede en derde lid Wet IB 2001 is een anti-misbruikmaatregel opgenomen in het kader van dividendstripping. Op grond hiervan blijft verrekening van ingehouden dividendbelasting als voorheffing achterwege indiende persoon die aanspraak maakt op verrekening, niet de uiteindelijk gerechtigde is (aant. 3). Het dient hierbij te gaan om situaties waarbij sprake is van een 'samenstel van transacties' (aant. 4).
4. Geen verrekening in geval van banksparen
Volgens art. 9.2 lid 4 Wet IB 2001 kan de ingehouden dividendbelasting niet worden verrekend indien een belastingplichtige opbrengsten verkrijgt uit een lijfrenterekening of lijfrentebeleggingsrecht (aant. 5). Voorheen waren vergelijkbare regelingen opgenomen voor stamrechtspaarrekeningen en stamrechtbeleggingsrechten (aant. 5.1), voor spaarrekeningen of beleggingsrechten eigen woning (aant. 5.2) en voor de levensloopregeling (aant. 5.3).
5. Verrekening door buitenlandse artiesten en sporters
Als een belastingplichtige deel uitmaakt van een buitenlands gezelschap, kan bij hem ingevolge art. 9.2 lid 5 Wet IB 2001 een evenredig deel van de loonbelasting die is geheven over de gage van dat gezelschap als voorheffing verrekend worden (aant. 6).
6. Verrekening premie volksverzekeringen
Indien de inkomstenbelasting en de premie voor de volksverzekeringen door middel van één gecombineerde aanslag worden geheven, wordt op grond van art. 9.2 lid 6 Wet IB 2001 ook de ingehouden premie voor de volksverzekeringen als voorheffing aangemerkt (aant. 7).
7. Geen verrekening met belasting over het te conserveren inkomen
In art. 9.2 lid 7 Wet IB 2001 is bepaald dat de voorheffingen alleen worden verrekend met de belasting over het 'gewone' inkomen, zodat bij de verrekening de belasting die verschuldigd is over te conserveren inkomen, buiten aanmerking blijft (aant. 8).
8. Verrekening van dividendbelasting bij buitenlandse belastingplichtigen
Op grond van art. 9.2 lid 8 Wet IB 2001 is verrekening van ingehouden dividendbelasting voor buitenlandse belastingplichtigen slechts mogelijk indien het dividend deel uitmaakt van het Nederlandse verzamelinkomen (aant. 9).
9. Toepassing compensatieregelingen met België en Duitsland
In de belastingverdragen met België en Duitsland zijn regelingen opgenomen waarmee Nederlandse grensarbeiders die werkzaam zijn in België of Duitsland worden gecompenseerd. Onder deze compensatieregelingen kunnen de in België en Duitsland ingehouden belastingen en premies als voorheffing worden verrekend met de Nederlandse inkomstenbelasting. In art. 9.2 lid 9 Wet IB 2001 is een delegatiebepaling opgenomen op grond waarvan nadere regels kunnen worden gesteld - neergelegd in art. 45a Uitvoeringsregeling IB 2001 - met betrekking tot de berekening van de compensatie die voor Nederlandse grensarbeiders voortvloeit uit de compensatieregelingen (aant. 10).
10. Aangewezen mogendheden bronbelasting
Tot 1 januari 2016 was in art. 9.2 lid 10 Wet IB 2001 de mogelijkheid opgenomen om bij algemene maatregel van bestuur een door een mogendheid geheven bronbelasting die vergelijkbaar was met een bronbelasting zoals geheven onder de Spaarrenterichtlijn als voorheffing aan te merken, van welke mogelijkheid in art. 21a Uitvoeringsbesluit IB 2001 gebruik was gemaakt (aant. 11).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Vakstudie Inkomstenbelasting, art. 9.2 Wet IB 2001, aant. 1.1
Aant. 1.1 Inleiding
Actueel t/m 17-04-2026
17-04-2026, het commentaar is bijgewerkt t/m BNB 2026/57 en V-N 2026/17.30
01-01-2001 tot: -
Vakstudie Inkomstenbelasting, art. 9.2 Wet IB 2001, aant. 1.1
Inkomstenbelasting / Algemeen
voorheffingen inkomstenbelasting
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 9.2
Beschouwing
De inkomstenbelasting wordt geheven bij wege van aanslag, waarmee de voorheffingen worden verrekend. In art. 9.2 Wet IB 2001 wordt toegelicht wat de voorheffingen zijn en welke bijzondere bepalingen verband houden met de verrekening daarvan .
Wat vindt u in De Vakstudie?
1. De algemene aspecten van art. 9.2 Wet IB 2001
Art. 9.2 Wet IB 2001 geeft regels met betrekking tot de verrekening van voorheffingen. Achtereenvolgens wordt hierna ingegaan op het ontstaan van de bepaling (aant. 1.2), het literatuuroverzicht (aant. 1.3), doel en strekking van de bepaling (aant. 1.4), de context van de bepaling (aant. 1.6), de verrekening van in het buitenland geheven bronbelasting (aant. 1.8), onder het Besluit voorkoming dubbele belasting 2001 (aant. 1.9) en onder een belastingverdrag (aant. 1.10), enkele Europeesrechtelijke aspecten van de verrekening van dividendbelasting (aant. 1.11), enkele begripsomschrijvingen (aant. 1.17), parlementaire varia (aant. 1.20), internetconsultatie (aant. 1.21) en aanhangige wetgeving (aant. 1.22).
2. Welke voorheffingen kunnen worden verrekend?
Volgens art. 9.2 lid 1 Wet IB 2001 kunnen de volgende voorheffingen worden verrekend met de verschuldigde inkomstenbelasting:
De geheven loonbelasting, met uitzondering van de als eindheffing geheven loonbelasting (aant. 2.1);
De geheven dividendbelasting (aant. 2.2);
De kansspelbelasting (aant. 2.3);
De gemeenschapsbelasting die wordt geheven van leden van het Europees Parlement (aant. 2.4).
Tot 1 januari 2016 werd als voorheffing ook aangemerkt de bronbelasting die op grond van de Spaarrenterichtlijn door enkele Europese lidstaten werd geheven (aant. 2.5).
3. Geen verrekening in geval van 'dividendstripping'
In art. 9.2 tweede en derde lid Wet IB 2001 is een anti-misbruikmaatregel opgenomen in het kader van dividendstripping. Op grond hiervan blijft verrekening van ingehouden dividendbelasting als voorheffing achterwege indiende persoon die aanspraak maakt op verrekening, niet de uiteindelijk gerechtigde is (aant. 3). Het dient hierbij te gaan om situaties waarbij sprake is van een 'samenstel van transacties' (aant. 4).
4. Geen verrekening in geval van banksparen
Volgens art. 9.2 lid 4 Wet IB 2001 kan de ingehouden dividendbelasting niet worden verrekend indien een belastingplichtige opbrengsten verkrijgt uit een lijfrenterekening of lijfrentebeleggingsrecht (aant. 5). Voorheen waren vergelijkbare regelingen opgenomen voor stamrechtspaarrekeningen en stamrechtbeleggingsrechten (aant. 5.1), voor spaarrekeningen of beleggingsrechten eigen woning (aant. 5.2) en voor de levensloopregeling (aant. 5.3).
5. Verrekening door buitenlandse artiesten en sporters
Als een belastingplichtige deel uitmaakt van een buitenlands gezelschap, kan bij hem ingevolge art. 9.2 lid 5 Wet IB 2001 een evenredig deel van de loonbelasting die is geheven over de gage van dat gezelschap als voorheffing verrekend worden (aant. 6).
6. Verrekening premie volksverzekeringen
Indien de inkomstenbelasting en de premie voor de volksverzekeringen door middel van één gecombineerde aanslag worden geheven, wordt op grond van art. 9.2 lid 6 Wet IB 2001 ook de ingehouden premie voor de volksverzekeringen als voorheffing aangemerkt (aant. 7).
7. Geen verrekening met belasting over het te conserveren inkomen
In art. 9.2 lid 7 Wet IB 2001 is bepaald dat de voorheffingen alleen worden verrekend met de belasting over het 'gewone' inkomen, zodat bij de verrekening de belasting die verschuldigd is over te conserveren inkomen, buiten aanmerking blijft (aant. 8).
8. Verrekening van dividendbelasting bij buitenlandse belastingplichtigen
Op grond van art. 9.2 lid 8 Wet IB 2001 is verrekening van ingehouden dividendbelasting voor buitenlandse belastingplichtigen slechts mogelijk indien het dividend deel uitmaakt van het Nederlandse verzamelinkomen (aant. 9).
9. Toepassing compensatieregelingen met België en Duitsland
In de belastingverdragen met België en Duitsland zijn regelingen opgenomen waarmee Nederlandse grensarbeiders die werkzaam zijn in België of Duitsland worden gecompenseerd. Onder deze compensatieregelingen kunnen de in België en Duitsland ingehouden belastingen en premies als voorheffing worden verrekend met de Nederlandse inkomstenbelasting. In art. 9.2 lid 9 Wet IB 2001 is een delegatiebepaling opgenomen op grond waarvan nadere regels kunnen worden gesteld - neergelegd in art. 45a Uitvoeringsregeling IB 2001 - met betrekking tot de berekening van de compensatie die voor Nederlandse grensarbeiders voortvloeit uit de compensatieregelingen (aant. 10).
10. Aangewezen mogendheden bronbelasting
Tot 1 januari 2016 was in art. 9.2 lid 10 Wet IB 2001 de mogelijkheid opgenomen om bij algemene maatregel van bestuur een door een mogendheid geheven bronbelasting die vergelijkbaar was met een bronbelasting zoals geheven onder de Spaarrenterichtlijn als voorheffing aan te merken, van welke mogelijkheid in art. 21a Uitvoeringsbesluit IB 2001 gebruik was gemaakt (aant. 11).