FED 1996/1021
HR, 11-12-1996, nr. 30 198
HR 11-12-1996, ECLI:NL:HR:1996:AA1787
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
11 december 1996
- Magistraten
Stoffer; Urlings; Zuurmond; Fleers; Pos
- Zaaknummer
30 198
- LJN
AA1787
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Loonbelasting / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1996:AA1787, Uitspraak, Hoge Raad, 11‑12‑1996
- Wetingang
Art. 10 Wet LB 1964
Uitspraak
Belanghebbende, X BV, heeft uitzendkrachten van A ingeleend. A heeft geen loonbelasting en premies volksverzekeringen ingehouden over hun loon. X BV is aansprakelijk gesteld voor de naheffingsaanslag loonbelasting en premieheffing volksverzekeringen. De inspecteur heeft bij de berekening van de loonbelasting en premieheffing volksverzekeringen een brutering toegepast.
In geschil is of de inspecteur terecht heeft gebruteerd en daarbij terecht van het anoniementarief heeft gebruik gemaakt.
Hof Arnhem stelt X BV in het gelijk.
Op het beroep in cassatie van de staatssecretaris overweegt de Hoge Raad:
Het middel behelst de klacht dat het hof bij zijn oordeel dat de inspecteur ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.