BNB 1999/148
Man-vrouw maatschap. Gerechtigdheid tot stille reserves
HR 16-12-1998, ECLI:NL:HR:1998:AA2580, m.nt. P.H.J. Essers
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
16 december 1998
- Magistraten
Jansen, R.J.J.; Bellaart; Brunschot, van; Vliet, van; Hammerstein
- Zaaknummer
34 174
- Noot
P.H.J. Essers
- LJN
AA2580
- JCDI
JCDI:ADS888010:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Inkomstenbelasting / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1998:AA2580, Uitspraak, Hoge Raad, 16‑12‑1998
- Wetingang
Art. 6 Wet IB 1964
Essentie
Man-vrouw maatschap. Gerechtigdheid tot stille reserves
Samenvatting
Belanghebbende, die in maatschapsverband een landbouwbedrijf uitoefent, gaat met betrekking tot zijn aandeel in die (boven)maatschap een (onder)maatschap aan met zijn echtgenote. De echtgenote brengt haar arbeid in. De resultaten van de ondermaatschap komen voor 50% toe aan de echtgenote. Zij is niet gerechtigd tot de stille reserves van de bovenmaatschap.
HR: Er wordt mede voor rekening van de echtgenote een onderneming gedreven, zodat zij winst uit onderneming geniet. Dat zij niet direct of indirect is gerechtigd tot de stille reserves van de bovenmaatschap doet aan dit oordeel niet af. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.