Art. 53a AWR regelt het verschoningsrecht van geestelijken, notarissen, advocaten, procureurs (tot 1 september 2008), artsen en apothekers. Het verschoningsrecht geldt niet voor de eigen belasting- en inhoudingsplicht.
Wat vindt u in deze vakstudie?
1. Achtergrond en historie van artikel 53a van de AWR (aant. 1 en 2)
Aant. 1 beschrijft de algemene aspecten van artikel 53a van de AWR. In aant. 1.2 vindt u de ontstaansgeschiedenis van artikel 63. De verschenen vakliteratuur over artikel 53a vindt u in aant. 1.3. Doel en strekking van de bepaling komen aan bod in aant. 1.4. Het artikel staat niet op zichzelf. De bepaling heeft nauwe relaties met andere bepalingen in de AWR en met andere regelgeving. Zie voor de uitwerking hiervan, aant. 1.6. In aant. 1.20 vindt u informatie over ontwikkelingen met betrekking tot het justitiële (in het strafrecht geregelde) verschoningsrecht. Aant. 1.21 bevat een bespreking van de aankondiging van de staatssecretaris van Financiën dat het fiscale (in de AWR geregelde) verschoningsrecht voor notarissen en advocaten zal worden beperkt.
In aant. 2 wordt ingegaan op de geschiedenis van de geheimhoudingsplicht.
2. Wat houdt het verschoningsrecht in? (aant. 3, 4 en 5
Het verschoningsrecht houdt een zwijgbevoegdheid in, maar deze bevoegdheid kan in omvang beperkt zijn. De beroepsgroepen die een beroep kunnen doen op een verschoningsrecht zijn:
⁃
bekleders van een geestelijk ambt;
⁃
de notaris;
⁃
advocaten en procureurs; en
⁃
de arts en de apotheker.
De externe accountant en belastingadviseur hebben geen verschoningsrecht, maar kunnen wel een afgeleid verschoningsrecht hebben.
Aant. 3 gaat dieper in op de betekenis van het verschoningsrecht. Aant. 4 brengt de reikwijdte van het verschoningsrecht ter sprake: ook niet vertrouwelijke informatie valt eronder. Aant. 5 stelt aan de orde dat informatie die buiten de uitoefening van de functie van vertrouwenspersoon valt niet wordt gedekt door het verschoningsrecht.
3. Hoe toetst de rechter het verschoningsrecht? (aant. 7)
Het oordeel over wat - al dan niet - onder het verschoningsrecht valt, komt in beginsel toe aan de verschoningsgerechtigde. De rechter toetst dit slechts marginaal. In aant. 7 wordt dit marginale toetsingsrecht becommentarieerd.
4. Wat houdt het afgeleide verschoningsrecht in? (aant. 9)
Aant. 9 gaat in op het afgeleide verschoningsrecht, dat bijvoorbeeld geldt voor medewerkers die in dienst zijn van een verschoningsgerechtigde.
5. De relatie tussen onrechtmatig verkregen bewijs en verschoningsrecht (aant. 10)
In aant. 10 wordt de relatie tussen het gebruik van onrechtmatig verkregen bewijs en verschoningsrecht besproken.
6. Is de Belastingdienst verplicht te wijzen op het verschoningsrecht? (aant. 10)
Aant. 11 gaat in op de zorgvuldigheidsplicht voor de Belastingdienst om te wijzen op het verschoningsrecht.
7. Staat geheimhoudingsplicht gelijk aan verschoningsrecht? (aant. 12)
In aant. 12 komt ter sprake dat het bestaan van een geheimhoudingsplicht niet altijd met zich meebrengt dat ook verschoningsrecht bestaat.
8. Ziet het verschoningsrecht ook op de eigen belastingplicht? (aant. 13)
Aant. 13 behandelt de relatie tussen verschoningsrecht en eigen belastingplicht.
9. Welke categorieën verschoningsgerechtigden zijn er? (aant. 15 - 20)
In aant. 15 t/m 20 wordt nader ingegaan op het verschoningsrecht van de in art. 53a, eerste lid, AWR vermelde categorieën verschoningsgerechtigden.
10. In hoeverre kunnen belastingadviseurs en accountants zich beroepen op een (informeel) verschoningsrecht? (aant. 21 - 22)
Aant. 21 bespreekt het informele verschoningsrecht van belastingadviseurs en accountants. Tevens wordt ingegaan op het fair play beginsel. Aant. 22 becommentarieert de positie van advocaten en notarissen die optreden als belastingadviseur.
11. Vallen sociale raadslieden onder het verschoningsrecht? (aant. 24)
Aant. 24 brengt de positie van sociale raadslieden ter sprake; deze vallen niet onder het verschoningsrecht.
12. Geldt het verschoningsrecht ook voor de inhoudingsplicht? (aant. 28)
In aant. 28, ten slotte, wordt aan de orde gesteld dat verschoningsgerechtigden ten aanzien van hun inhoudingsplicht geen beroep kunnen doen op het verschoningsrecht.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Vakstudie Algemeen Deel, art. 53a AWR, aant. 1.1
Aant. 1.1 Inleiding
Actueel t/m 03-05-2026
03-05-2026, het commentaar is bijgewerkt t/m BNB 2026/57 en V-N 2026/17.30.
17-12-1987 tot: -
Vakstudie Algemeen Deel, art. 53a AWR, aant. 1.1
Fiscaal bestuursrecht / Informatieverplichting
verschoningsrecht
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 53a
Beschouwing
Art. 53a AWR regelt het verschoningsrecht van geestelijken, notarissen, advocaten, procureurs (tot 1 september 2008), artsen en apothekers. Het verschoningsrecht geldt niet voor de eigen belasting- en inhoudingsplicht.
Wat vindt u in deze vakstudie?
1. Achtergrond en historie van artikel 53a van de AWR (aant. 1 en 2)
Aant. 1 beschrijft de algemene aspecten van artikel 53a van de AWR. In aant. 1.2 vindt u de ontstaansgeschiedenis van artikel 63. De verschenen vakliteratuur over artikel 53a vindt u in aant. 1.3. Doel en strekking van de bepaling komen aan bod in aant. 1.4. Het artikel staat niet op zichzelf. De bepaling heeft nauwe relaties met andere bepalingen in de AWR en met andere regelgeving. Zie voor de uitwerking hiervan, aant. 1.6. In aant. 1.20 vindt u informatie over ontwikkelingen met betrekking tot het justitiële (in het strafrecht geregelde) verschoningsrecht. Aant. 1.21 bevat een bespreking van de aankondiging van de staatssecretaris van Financiën dat het fiscale (in de AWR geregelde) verschoningsrecht voor notarissen en advocaten zal worden beperkt.
In aant. 2 wordt ingegaan op de geschiedenis van de geheimhoudingsplicht.
2. Wat houdt het verschoningsrecht in? (aant. 3, 4 en 5
Het verschoningsrecht houdt een zwijgbevoegdheid in, maar deze bevoegdheid kan in omvang beperkt zijn. De beroepsgroepen die een beroep kunnen doen op een verschoningsrecht zijn:
bekleders van een geestelijk ambt;
de notaris;
advocaten en procureurs; en
de arts en de apotheker.
De externe accountant en belastingadviseur hebben geen verschoningsrecht, maar kunnen wel een afgeleid verschoningsrecht hebben.
Aant. 3 gaat dieper in op de betekenis van het verschoningsrecht. Aant. 4 brengt de reikwijdte van het verschoningsrecht ter sprake: ook niet vertrouwelijke informatie valt eronder. Aant. 5 stelt aan de orde dat informatie die buiten de uitoefening van de functie van vertrouwenspersoon valt niet wordt gedekt door het verschoningsrecht.
3. Hoe toetst de rechter het verschoningsrecht? (aant. 7)
Het oordeel over wat - al dan niet - onder het verschoningsrecht valt, komt in beginsel toe aan de verschoningsgerechtigde. De rechter toetst dit slechts marginaal. In aant. 7 wordt dit marginale toetsingsrecht becommentarieerd.
4. Wat houdt het afgeleide verschoningsrecht in? (aant. 9)
Aant. 9 gaat in op het afgeleide verschoningsrecht, dat bijvoorbeeld geldt voor medewerkers die in dienst zijn van een verschoningsgerechtigde.
5. De relatie tussen onrechtmatig verkregen bewijs en verschoningsrecht (aant. 10)
In aant. 10 wordt de relatie tussen het gebruik van onrechtmatig verkregen bewijs en verschoningsrecht besproken.
6. Is de Belastingdienst verplicht te wijzen op het verschoningsrecht? (aant. 10)
Aant. 11 gaat in op de zorgvuldigheidsplicht voor de Belastingdienst om te wijzen op het verschoningsrecht.
7. Staat geheimhoudingsplicht gelijk aan verschoningsrecht? (aant. 12)
In aant. 12 komt ter sprake dat het bestaan van een geheimhoudingsplicht niet altijd met zich meebrengt dat ook verschoningsrecht bestaat.
8. Ziet het verschoningsrecht ook op de eigen belastingplicht? (aant. 13)
Aant. 13 behandelt de relatie tussen verschoningsrecht en eigen belastingplicht.
9. Welke categorieën verschoningsgerechtigden zijn er? (aant. 15 - 20)
In aant. 15 t/m 20 wordt nader ingegaan op het verschoningsrecht van de in art. 53a, eerste lid, AWR vermelde categorieën verschoningsgerechtigden.
10. In hoeverre kunnen belastingadviseurs en accountants zich beroepen op een (informeel) verschoningsrecht? (aant. 21 - 22)
Aant. 21 bespreekt het informele verschoningsrecht van belastingadviseurs en accountants. Tevens wordt ingegaan op het fair play beginsel. Aant. 22 becommentarieert de positie van advocaten en notarissen die optreden als belastingadviseur.
11. Vallen sociale raadslieden onder het verschoningsrecht? (aant. 24)
Aant. 24 brengt de positie van sociale raadslieden ter sprake; deze vallen niet onder het verschoningsrecht.
12. Geldt het verschoningsrecht ook voor de inhoudingsplicht? (aant. 28)
In aant. 28, ten slotte, wordt aan de orde gesteld dat verschoningsgerechtigden ten aanzien van hun inhoudingsplicht geen beroep kunnen doen op het verschoningsrecht.