BNB 1996/328
Termijnoverschrijding door handelwijze gemachtigde; belanghebbende redelijkerwijs niet in verzuim
HR 08-07-1996, ECLI:NL:HR:1996:AA1980
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
8 juli 1996
- Magistraten
Jansen, R.J.J.; Bellaart; Moor, de; Putt-Lauwers, van der; Brunschot, van
- Zaaknummer
30 967
- LJN
AA1980
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Inkomstenbelasting / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1996:AA1980, Uitspraak, Hoge Raad, 08‑07‑1996
- Wetingang
Essentie
Termijnoverschrijding door handelwijze gemachtigde; belanghebbende redelijkerwijs niet in verzuim
Samenvatting
Gemachtigde zegt de relatie met belanghebbende kort voor het einde van de beroepstermijn op. Het beroep in cassatie is mede daardoor na afloop van de termijn ingediend. De plv. P-G concludeert dat, gezien art. 6:11 Awb, het beroep ontvankelijk is. De Hoge Raad gaat op de ontvankelijkheidsvraag niet uitdrukkelijk in.
Het beroep in cassatie van belanghebbende betreft de door het Hof ontkennend beantwoorde vraag of belanghebbende vóór 29 februari 1988 verplichtingen als bedoeld in art. 61a van de Wet IB 1964 is aangegaan ter zake van de tweede ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.