Voor de toepassing van belastingwetten is het belangrijk te weten waar iemand woont en waar een lichaam is gevestigd. Bij het bepalen van de binnenlandse of buitenlandse belastingplicht knopen de heffingswetten aan bij de binnenlandse dan wel buitenlandse woon- of vestigingsplaats. Maar ook is deze algemene woon- of vestigingsplaatsbepaling van belang bij de toepassing van internationale regelingen, zoals het Besluit voorkoming dubbele belasting, de Moeder-dochterrichtlijn en de Fusierichtlijn.
Wat vindt u in de Vakstudie?
1. De geschiedenis en de achtergrond van artikel 4.
2. Wat is de betekenis en reikwijdte van de woon- of vestigingsplaatsbepaling (aant. 2)?
Voor de fiscale woon- of vestigingsbepaling geldt als hoofdregel: de feitelijke omstandigheden zijn beslissend. Dus niet formele aanknopingspunten, zoals inschrijvingen in registers. Voor een natuurlijk persoon is de plaats van zijn middelpunt van levensbelangen bepalend. Het gaat hier om zijn persoonlijke, economische en sociale wortels. Hieruit blijkt zijn al dan niet duurzame band met Nederland. Voor een lichaam is doorslaggevend waar het feitelijk wordt geleid. Diverse heffingswetten bevatten woonplaats- en vestigingsplaatsficties voor bijzondere situaties, die vòòrgaan boven deze AWR-bepaling.
3. Waar woont de bemanning van schepen en vliegtuigen (aant. 3)?
Als een bemanningslid aan boord van een schip of vliegtuig woont, dan wordt hij geacht inwoner van Nederland te zijn. Voorwaarde is dan dat het vervoermiddel zijn thuishaven in Nederland heeft ('schip is territoir'). Voor de zelfstandige binnenschipper geldt een verplichte domiciliekeuze, voor de bemanning van een binnenschip een facultatieve domiciliekeuze.
4. Wat is de verhouding van de hoofdregel tot EG-richtlijnen (aant. 4)?
Beoordeling naar feitelijke omstandigheden geldt niet bij toepassing van de Nederlandse uitvoeringsregelgeving van de EG-fusierichtlijn en de EG-Moeder-dochterrichtlijn. In die gevallen wordt voor de vaststelling van de vestigingsplaats van een rechtspersoon aangesloten bij de wetgeving van de andere EG-lidstaat. En als een dochtermaatschappij volgens het nationale recht van een EG-lidstaat als inwoner geldt van die lidstaat, geldt zij ook voor Nederland als inwoner van die lidstaat.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Vakstudie Algemeen Deel, artikel 4 AWR, aant. 1.1
Aant. 1.1 Inleiding
Actueel t/m 01-04-2026
01-04-2026, het commentaar is bijgewerkt t/m BNB 2026/51 en V-N 2026/15.28.
01-01-1985 tot: -
Vakstudie Algemeen Deel, artikel 4 AWR, aant. 1.1
Fiscaal bestuursrecht / Woon- en vestigingsplaats
woonplaats
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 4
Beschouwing
Inleiding
Voor de toepassing van belastingwetten is het belangrijk te weten waar iemand woont en waar een lichaam is gevestigd. Bij het bepalen van de binnenlandse of buitenlandse belastingplicht knopen de heffingswetten aan bij de binnenlandse dan wel buitenlandse woon- of vestigingsplaats. Maar ook is deze algemene woon- of vestigingsplaatsbepaling van belang bij de toepassing van internationale regelingen, zoals het Besluit voorkoming dubbele belasting, de Moeder-dochterrichtlijn en de Fusierichtlijn.
Wat vindt u in de Vakstudie?
1. De geschiedenis en de achtergrond van artikel 4.
2. Wat is de betekenis en reikwijdte van de woon- of vestigingsplaatsbepaling (aant. 2)?
Voor de fiscale woon- of vestigingsbepaling geldt als hoofdregel: de feitelijke omstandigheden zijn beslissend. Dus niet formele aanknopingspunten, zoals inschrijvingen in registers. Voor een natuurlijk persoon is de plaats van zijn middelpunt van levensbelangen bepalend. Het gaat hier om zijn persoonlijke, economische en sociale wortels. Hieruit blijkt zijn al dan niet duurzame band met Nederland. Voor een lichaam is doorslaggevend waar het feitelijk wordt geleid. Diverse heffingswetten bevatten woonplaats- en vestigingsplaatsficties voor bijzondere situaties, die vòòrgaan boven deze AWR-bepaling.
3. Waar woont de bemanning van schepen en vliegtuigen (aant. 3)?
Als een bemanningslid aan boord van een schip of vliegtuig woont, dan wordt hij geacht inwoner van Nederland te zijn. Voorwaarde is dan dat het vervoermiddel zijn thuishaven in Nederland heeft ('schip is territoir'). Voor de zelfstandige binnenschipper geldt een verplichte domiciliekeuze, voor de bemanning van een binnenschip een facultatieve domiciliekeuze.
4. Wat is de verhouding van de hoofdregel tot EG-richtlijnen (aant. 4)?
Beoordeling naar feitelijke omstandigheden geldt niet bij toepassing van de Nederlandse uitvoeringsregelgeving van de EG-fusierichtlijn en de EG-Moeder-dochterrichtlijn. In die gevallen wordt voor de vaststelling van de vestigingsplaats van een rechtspersoon aangesloten bij de wetgeving van de andere EG-lidstaat. En als een dochtermaatschappij volgens het nationale recht van een EG-lidstaat als inwoner geldt van die lidstaat, geldt zij ook voor Nederland als inwoner van die lidstaat.