FED 1995/671
Beeldend kunstenaar verricht commissiewerkzaamheden niet in het kader van zijn onderneming.
HR 19-04-1995, ECLI:NL:HR:1995:AA1562, m.nt. D.M.P.M. Stevens
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
19 april 1995
- Magistraten
Jansen, R.J.J.; Linde, van der; Moor, de; Jansen, C.H.M.; Putt-Lauwers, van der
- Zaaknummer
30 519
- Noot
D.M.P.M. Stevens
- LJN
AA1562
- JCDI
JCDI:ADS227434:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Omzetbelasting / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1995:AA1562, Uitspraak, Hoge Raad, 19‑04‑1995
- Wetingang
Art. 1 Wet OB 1968
Essentie
Beeldend kunstenaar verricht commissiewerkzaamheden niet in het kader van zijn onderneming.
Uitspraak
Het geschil betrof de aangifte omzetbelasting over het tijdvak 1 juli tot en met 30 september 1992.
Belanghebbende, van beroep beeldend kunstenaar, is ondernemer in de zin van art. 7 van de Wet op de omzetbelasting 1968. Zijn activiteiten bestaan uit het scheppen en verkopen van beelden en grafieken. (*zie FED 1994/607) Daarnaast was belanghebbende lid van een tweetal adviescommissies op het terrein van de beeldende kunst en vervulde hij bovendien een drietal adviseurschappen op dit terrein.
Belanghebbende heeft over het tijdvak juli tot ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.