1. De geschiedenis en de achtergrond van artikel 18 van de Wet VPB 1969
2. Wat is het doel van artikel 8?
Het doel van dit artikel is om aan te geven op welke wijze de belastbare winst uit onderneming en het belastbare inkomen uit aanmerkelijk belang moet worden berekend. Daarnaast is voorzien in een aantal specifieke bepalingen die verband houden met de minimumkapitaalregel voor banken en verzekeraars.
Voor de berekening van de belastbare winst uit onderneming is allereerst in het eerste lid een aantal bepalingen van hfdst. II Wet VPB 1969, handelend over het voorwerp van de belasting bij binnenlandse belastingplichtigen, van overeenkomstige toepassing verklaard, zoals de schakelbepaling van art. 8 Wet VBP 1969. Vanwege de invoering van de minimumkapitaalregeling voor banken en verzekeraars, bevatten het tweede, derde en vierde lid bijzondere bepalingen voor het geval waarin het bank- of verzekeringsbedrijf in een vaste inrichting wordt uitgeoefend door een buitenlandse belastingplichtige èn geen leverage ratio wordt berekend en openbaar gemaakt respectievelijk geen eigenvermogenratio kan worden bepaald. In dat verband is in het vierde lid voorzien in een delegatiebepaling om nadere regels te kunnen stellen. In het vijfde lid is bepaald hoe het belastbare inkomen uit aanmerkelijk belang wordt opgevat en berekend.
3. Schakelbepaling
Door middel van de verwijzing naar de schakelbepaling van art. 8 Wet VPB 1969 zijn vrijwel alle bepalingen van de Wet IB 2001 die van toepassing zijn op de binnenlandse belastingplichtigen, ook van toepassing op de buitenlandse belastingplichtigen (aant. 2). Dit betekent dat de winst voor buitenlandse belastingplichtigen ook wordt bepaald en opgevat overeenkomstig de van toepassing verklaarde artikelen van de Wet IB 2001 (aant. 2.1). Vóór 2001 werd in het eerste lid rechtstreeks verwezen naar hfdst. IIWet IB 1964 (voorwerp van de belasting bij binnenlandse belastingplichtigen) en was in het tweede lid een aantal bepalingen uit de Wet VPB 1969 van toepassing verklaard (aant. 2.1.2).
4. Ook andere bepalingen uit de Wet VPB 1969 van toepassing verklaard
Het merendeel van de bepalingen dat geldt voor de binnenlandse belastingplichtigen is van toepassing verklaard: art. 8b t/m art. 15aj, art. 15b, art. 15ba, art. 15bd tot en met 15bh en art. 15d (aant. 3). Aanvankelijk was ook art. 15b waarin de regeling van de concernfinanciering was opgenomen, van toepassing verklaard. Die regeling is echter (voorzien van een overgangsbepaling) met terugwerkende kracht met ingang van 12 juli 2001 vervallen; met ingang van 2019 is in art. 15b de earningsstrippingmaatregel opgenomen (aant. 3.9.1).
5. Bijzondere bepalingen voor het bankbedrijf en verzekeringsbedrijf
Vanwege de invoering van de minimumkapitaalregeling, bevatten het tweede, derde en vierde lid bijzondere bepalingen voor het geval waarin het bank- of verzekeringsbedrijf in een vaste inrichting wordt uitgeoefend door een buitenlandse belastingplichtige èn geen leverage ratio wordt berekend en openbaar gemaakt respectievelijk geen eigenvermogenratio kan worden bepaald. Voor binnenlands belastingplichtige banken en verzekeraars is de minimumkapitaalregel opgenomen in de art. 15bd tot en met art. 15bh. Door middel van een verwijzing naar deze artikelen in het eerste lid van art. 18 is de minimumkapitaalregel ook van toepassing op buitenlande belastingplichtigen. De voor de toepassing van de minimumkapitaalregel vereiste leverage ratio (bij banken) en eigenvermogenratio (bij verzekeraars) zal echter ontbreken bij banken en verzekeraars die zijn gevestigd buiten de EU en de EER aangezien voor die ratio’s is aangesloten bij Europese regelgeving. In het tweede en derde lid is daarom voorzien in het vaststellen van ratio’s die gelijkwaardig zijn aan de leverage ratio en eigenvermogenratio (aant. 4).
6. Vaststelling van het belastbare inkomen uit aanmerkelijk belang
In art. 18, vijfde lid, is bepaald dat het belastbare inkomen uit aanmerkelijk belang wordt opgevat en berekend volgens de regels van hfdst. 4 Wet IB 2001 (aant. 5).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Vakstudie Vennootschapsbelasting, art. 18 Wet VPB 1969, aant. 1.1
Aant. 1.1 Inleiding
Actueel t/m 03-02-2026
03-02-2026, het commentaar is bijgewerkt t/m BNB 2026/28 en V-N 2026/7.26
30-10-1969 tot: -
Vakstudie Vennootschapsbelasting, art. 18 Wet VPB 1969, aant. 1.1
Vennootschapsbelasting / Belastingplichtige
buitenlands belastingplichtige
Wet op de vennootschapsbelasting 1969 artikel 18
Beschouwing
Wat vindt u in de Vakstudie?
1. De geschiedenis en de achtergrond van artikel 18 van de Wet VPB 1969
2. Wat is het doel van artikel 8?
Het doel van dit artikel is om aan te geven op welke wijze de belastbare winst uit onderneming en het belastbare inkomen uit aanmerkelijk belang moet worden berekend. Daarnaast is voorzien in een aantal specifieke bepalingen die verband houden met de minimumkapitaalregel voor banken en verzekeraars.
Voor de berekening van de belastbare winst uit onderneming is allereerst in het eerste lid een aantal bepalingen van hfdst. II Wet VPB 1969, handelend over het voorwerp van de belasting bij binnenlandse belastingplichtigen, van overeenkomstige toepassing verklaard, zoals de schakelbepaling van art. 8 Wet VBP 1969. Vanwege de invoering van de minimumkapitaalregeling voor banken en verzekeraars, bevatten het tweede, derde en vierde lid bijzondere bepalingen voor het geval waarin het bank- of verzekeringsbedrijf in een vaste inrichting wordt uitgeoefend door een buitenlandse belastingplichtige èn geen leverage ratio wordt berekend en openbaar gemaakt respectievelijk geen eigenvermogenratio kan worden bepaald. In dat verband is in het vierde lid voorzien in een delegatiebepaling om nadere regels te kunnen stellen. In het vijfde lid is bepaald hoe het belastbare inkomen uit aanmerkelijk belang wordt opgevat en berekend.
3. Schakelbepaling
Door middel van de verwijzing naar de schakelbepaling van art. 8 Wet VPB 1969 zijn vrijwel alle bepalingen van de Wet IB 2001 die van toepassing zijn op de binnenlandse belastingplichtigen, ook van toepassing op de buitenlandse belastingplichtigen (aant. 2). Dit betekent dat de winst voor buitenlandse belastingplichtigen ook wordt bepaald en opgevat overeenkomstig de van toepassing verklaarde artikelen van de Wet IB 2001 (aant. 2.1). Vóór 2001 werd in het eerste lid rechtstreeks verwezen naar hfdst. IIWet IB 1964 (voorwerp van de belasting bij binnenlandse belastingplichtigen) en was in het tweede lid een aantal bepalingen uit de Wet VPB 1969 van toepassing verklaard (aant. 2.1.2).
4. Ook andere bepalingen uit de Wet VPB 1969 van toepassing verklaard
Het merendeel van de bepalingen dat geldt voor de binnenlandse belastingplichtigen is van toepassing verklaard: art. 8b t/m art. 15aj, art. 15b, art. 15ba, art. 15bd tot en met 15bh en art. 15d (aant. 3). Aanvankelijk was ook art. 15b waarin de regeling van de concernfinanciering was opgenomen, van toepassing verklaard. Die regeling is echter (voorzien van een overgangsbepaling) met terugwerkende kracht met ingang van 12 juli 2001 vervallen; met ingang van 2019 is in art. 15b de earningsstrippingmaatregel opgenomen (aant. 3.9.1).
5. Bijzondere bepalingen voor het bankbedrijf en verzekeringsbedrijf
Vanwege de invoering van de minimumkapitaalregeling, bevatten het tweede, derde en vierde lid bijzondere bepalingen voor het geval waarin het bank- of verzekeringsbedrijf in een vaste inrichting wordt uitgeoefend door een buitenlandse belastingplichtige èn geen leverage ratio wordt berekend en openbaar gemaakt respectievelijk geen eigenvermogenratio kan worden bepaald. Voor binnenlands belastingplichtige banken en verzekeraars is de minimumkapitaalregel opgenomen in de art. 15bd tot en met art. 15bh. Door middel van een verwijzing naar deze artikelen in het eerste lid van art. 18 is de minimumkapitaalregel ook van toepassing op buitenlande belastingplichtigen. De voor de toepassing van de minimumkapitaalregel vereiste leverage ratio (bij banken) en eigenvermogenratio (bij verzekeraars) zal echter ontbreken bij banken en verzekeraars die zijn gevestigd buiten de EU en de EER aangezien voor die ratio’s is aangesloten bij Europese regelgeving. In het tweede en derde lid is daarom voorzien in het vaststellen van ratio’s die gelijkwaardig zijn aan de leverage ratio en eigenvermogenratio (aant. 4).
6. Vaststelling van het belastbare inkomen uit aanmerkelijk belang
In art. 18, vijfde lid, is bepaald dat het belastbare inkomen uit aanmerkelijk belang wordt opgevat en berekend volgens de regels van hfdst. 4 Wet IB 2001 (aant. 5).