FED 1995/2
Engelse onderzoeksambtenaren stelden vragen aan Saunders. Hij was verplicht daarop te antwoorden, op straffe van een geldboete of gevangenisstraf. Saunders antwoordde dan ook. Zijn antwoorden vormden een belangrijk bewijsmiddel in een strafzaak die nadien tegen hem werd ingesteld. ECRM: dit was in strijd met het in art. 6, eerste lid, EVRM begrepen recht voor degene tegen wie een strafvervolging is ingesteld om te zwijgen en om niet te hoeven meewerken aan de bewijslevering tegen zichzelf. European commission of human rights Application No. 19187/91
ECRM 10-05-1994, ECLI:NL:XX:1994:BH6182, m.nt. M.W.C. Feteris
- Instantie
Europese Commissie voor de Rechten van de Mens
- Datum
10 mei 1994
- Magistraten
N∅rgaard; Trechsel; Weitzel; Jörundsson; Soyer; Schermers; Danelius; Liddy; Loucaides; Gues; Reffi; Bratza Békés; Mucha; Sváby
- Zaaknummer
19187/91
- Noot
M.W.C. Feteris
- LJN
BH6182
- JCDI
JCDI:ADS224644:1
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:XX:1994:BH6182, Uitspraak, Europese Commissie voor de Rechten van de Mens, 10‑05‑1994
- Wetingang
Art. 6, eerste lid, EVRM; art. 47 AWR.
Essentie
Engelse onderzoeksambtenaren stelden vragen aan Saunders. Hij was verplicht daarop te antwoorden, op straffe van een geldboete of gevangenisstraf. Saunders antwoordde dan ook. Zijn antwoorden vormden een belangrijk bewijsmiddel in een strafzaak die nadien tegen hem werd ingesteld. ECRM: dit was in strijd met het in art. 6, eerste lid, EVRM begrepen recht voor degene tegen wie een strafvervolging is ingesteld om te zwijgen en om niet te hoeven meewerken aan de bewijslevering tegen zichzelf. European commission of human rights Application No. 19187/91
Uitspraak
Ernest Saunders
against
the United Kingdom
Report of the Commission
(adopted on 10 May ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.