FED 1988/294
HR, 27-04-1988, nr. 24 226
HR 27-04-1988, ECLI:NL:HR:1988:ZC3810
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
27 april 1988
- Magistraten
Royer; Jansen; Linde, Van Der; Baardman; Bellaart; Verburg
- Zaaknummer
24 226
- LJN
ZC3810
- Vakgebied(en)
Fiscaal ondernemingsrecht (V)
Fiscaal procesrecht / Algemeen
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1988:ZC3810, Uitspraak, Hoge Raad, 27‑04‑1988
- Wetingang
Uitspraak
Belanghebbende, X BV, vormt van 1971 t/m 1976 een fiscale eenheid met haar moedervennootschap H BV; vanaf 1 januari 1977 is zij weer zelfstandig belastingplichtig. Tot het vermogen van X behoort een vaste inrichting in Belgie. Een deel van de uit 1971 en 1972 daterende verliezen van de vaste inrichting was op 1 januari 1977 nog niet verrekend op de voet van art. 3, derde lid, BVDB.
In geschil is of voor de toepassing van art. 3 BVDB het resterende deel van de verliezen na 1 januari 1977 aan X BV moet worden toegerekend (inspecteur) dan wel aan ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.